Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Mangrovezanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Mangrovezanger | Setophaga petechia

Mangrove Warbler | Reinita de manglar

De mangrovezanger is een gele zanger van mangrovebossen langs de kusten; het mannetje heeft een kastanjebruine kop of kruin. Hij is een standvogel langs beide kusten van Mexico en Midden-Amerika en op eilanden in het Caribisch gebied. Tot voor kort gold hij als onderdeel van de gele zanger; nu wordt hij doorgaans als aparte soort beschouwd.

Mangrovezanger (Setophaga petechia)
Foto: Greg Schechter from San Francisco, USA — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een heldere reeks fluittonen, gelijkend op die van de gele zanger, maar vaak gevarieerder en minder regelmatig. De roep is een luid, vol tsjip.

Luister: ZangXC1035687

Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm. Bouw en kleed als die van de gele zanger: geel met een olijfgroene bovenzijde, gele randen aan de vleugelveren en gele vlekken op de staart. Het mannetje heeft roodbruine strepen op de borst en, afhankelijk van de vorm, een geheel kastanjebruine kop en keel of alleen een kastanjebruine kruin; de vorm op Cozumel heeft een roodbruine kruin op een verder gele kop. Het vrouwtje is doffer, soms met een zweem roodbruin op de kop, en jonge vogels zijn grijzig.

Verwarrings­soorten

De gele zanger Setophaga aestiva, in de winter algemeen in hetzelfde gebied en ook in de randen van mangrove, mist bij het mannetje de kastanjebruine kop. Vrouwtjes en jonge vogels van beide soorten zijn in het veld nauwelijks te onderscheiden; vogels die van mei tot juli in mangrove zitten, zijn vrijwel zeker mangrovezangers.

Leefgebied

Mangrovebossen langs zeekust, lagunes en estuaria; plaatselijk ook in moerasbos, struikgewas langs zoute lagunes en, op sommige eilanden, in kustbegroeiing en tuinen. Zoekt in het bladerdak van de mangrove naar insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Langs de Pacifische kust van het zuiden van Baja California en Sonora tot Panama, en langs de Atlantische kust van Tamaulipas over het schiereiland Yucatán tot Panama, met de eilanden voor de kust zoals Cozumel en de Islas de la Bahía. Buiten het gidsgebied in het Caribisch gebied, op de Galápagoseilanden en langs de kusten van het noorden van Zuid-Amerika tot Peru.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden door langs de rand van een mangrovebos te lopen of te varen, bijvoorbeeld bij Celestún en Río Lagartos in Yucatán of op Cozumel; de mannetjes zingen vaak vanaf de buitenste takken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). De IUCN beoordeelt de gele zanger in brede zin, waarbinnen de mangrovezanger valt. De soort is afhankelijk van mangrove en gaat plaatselijk achteruit door kap van mangrovebos voor garnalenkwekerijen, toerisme en kustbebouwing.

Wetenschappelijke naam

Setophaga petechia | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Motacilla petechia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. petechia komt van het Italiaanse petecchia 'rood vlekje op de huid', naar de roestrode strepen op de borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Barbados.