Alle soorten › Hoenderachtigen › Tandkwartels › Mexicaanse bospatrijs

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Mexicaanse bospatrijs | Dendrortyx macroura

Long-tailed Wood Partridge | Codorniz coluda neovolcánica

De Mexicaanse bospatrijs is een grote, langstaartige kwartel van de bergbossen van het midden en zuiden van Mexico. Met zijn zwarte kop met witte strepen is hij de meest getekende van de drie bospatrijzen. De soort leeft verborgen in dichte ondergroei en wordt vooral opgemerkt aan de luide duetten in de schemering.

Mexicaanse bospatrijs (Dendrortyx macroura)
Foto: Cheryl Rosenfeld — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

Een complexe, luide en ritmische zang, meestal als duet van mannetje en vrouwtje, die in de schemering ver door het bos draagt. Bij onrust een herhaling van korte, lage, piepende tonen.

Luister: ZangXC813973

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

29–42 cm; een grote kwartel met een lange staart, een korte kuif met okerkleurige punten en een rode snavel en rode poten. Het grootste deel van de kop is zwart, met een witte streep boven en een witte streep onder het oog. De bovenrug is kastanjebruin met grijze randen, de onderrug een mengeling van olijfbruin, zwart en taankleur. De borst is blauwgrijs met kastanjebruine strepen. Het vrouwtje heeft een iets kortere staart en is gemiddeld lichter dan het mannetje. Er worden zes ondersoorten onderscheiden, die vooral verschillen in de tint van borst en bovendelen.

Verwarrings­soorten

De grijskeelbospatrijs Dendrortyx barbatus in de Sierra Madre Oriental heeft geen zwart-witte kop, maar een blauwgrijze keel en kop met een okerkleurige kruin en een kaneelkleurige borst. De gevlekte bergkwartel Cyrtonyx ocellatus en de montezumakwartel Cyrtonyx montezumae hebben een zwart-wit getekende kop, maar zijn veel kleiner, rond en kortstaartig. De zangkwartel Dactylortyx thoracicus is kleiner en heeft een kaneelkleurige of grijze keel zonder witte strepen.

Leefgebied

Vochtig pijn-eikenbos, pijnbos, zilversparrenbos (Abies religiosa) en groenblijvend bergbos met een dichte ondergroei, tussen ongeveer 1200 en 3300 m. Leeft in paartjes of kleine groepjes op de bosbodem en houdt zich in dichte vegetatie op. Eet zaden, vruchten, knoppen en ongewervelde dieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in Mexico, in vier gescheiden gebieden: de Transmexicaanse Vulkanengordel van Jalisco en Michoacán tot het Valle de México, Morelos, Puebla en het westen van Veracruz, de Sierra Madre del Sur in Guerrero, en de bergen van Oaxaca. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De duetten zijn bij zonsopgang en zonsondergang het best te horen in de bergbossen rond de vulkanen in de staat México en Morelos, en in de bergen van Guerrero en Oaxaca. Zien is lastig; de kans is het grootst op stille bospaden in de vroege ochtend.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen, maar gevoelig voor jacht en het verdwijnen van bos met een dichte ondergroei; enkele geïsoleerde ondersoorten hebben een klein verspreidingsgebied.

Wetenschappelijke naam

Dendrortyx macroura | (Jardine & Selby, 1828)

Jardine & Selby beschreef de soort in 1828 als Ortyx macroura; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dendrortyx werd in 1844 ingevoerd door Gould. Dendrortyx is Grieks, van dendron 'boom' en ortux 'kwartel': 'boomkwartel', naar het leven in bos. macroura is Grieks, van makros 'lang' en oura 'staart', naar de lange staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico.