Alle soorten › Hoenderachtigen › Tandkwartels › Witkeelbospatrijs

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae

Witkeelbospatrijs | Dendrortyx leucophrys

Buffy-crowned Wood Partridge | Codorniz coluda centroamericana

De witkeelbospatrijs is de bospatrijs van de bergen van Midden-Amerika, van Chiapas tot Costa Rica. Het is een grote, langstaartige kwartel van de bosbodem, die in groepjes leeft en vooral in de schemering met luide, schorre fluitreeksen van zich laat horen. De drie bospatrijzen (Dendrortyx) komen alleen in het gidsgebied voor.

Witkeelbospatrijs (Dendrortyx leucophrys)
Foto: Grete Pasch — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle reeks luide, schorre fluittonen, weer te geven als kie-orr-KWA, vaak voorafgegaan door zachtere tonen en door meerdere vogels samen gezongen. Vooral te horen in de vroege ochtend en de avondschemering.

Luister: ZangXC499851

Opname: MiriamEaglemon — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

28–35 cm; een grote, slanke kwartel met een lange, vaak iets opgewipte staart en een korte, ronde kuif. Bij de nominaatvorm (D. l. leucophrys, Chiapas tot Nicaragua) zijn voorhoofd, wenkbrauwstreep, kin en keel wit, en is de kale huid rond het oog rood. Kruin, kuif en achterhals zijn kastanjebruin, rug, vleugels en staart een mengeling van kastanjebruin en grijs, en de borst en buik blauwgrijs met kastanjebruine strepen. De ondersoort D. l. hypospodius in Costa Rica is groter en grijzer, met zeer donkere, smalle borststrepen. Mannetje en vrouwtje zijn vrijwel gelijk.

Verwarrings­soorten

Tandkwartels zoals de gevlekte tandkwartel Odontophorus guttatus zijn kleiner en compacter, met een korte staart, en missen de witte keel en de grijze, gestreepte onderdelen. De zangkwartel Dactylortyx thoracicus is veel kleiner en kortstaartiger. Tinamoes, zoals de grote tinamoe Tinamus major, hebben een vrijwel onzichtbare staart, een dunne snavel en geen kuif.

Leefgebied

Vochtig tot halfvochtig bergbos: eiken- en pijn-eikenbos, groenblijvend bergbos en nevelwoud, ook secundair bos, gekapte bospercelen en koffieplantages met schaduwbomen. Leeft in groepjes op de grond en vlucht bij gevaar rennend het struikgewas in; vliegt alleen op als het echt moet. Eet zaden, vruchten, knoppen en ongewervelde dieren.

Verspreiding en trek

In de bergen van Chiapas, Guatemala, El Salvador, Honduras en Nicaragua, en na een onderbreking in de hooglanden van Costa Rica. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De luide fluitreeksen zijn in de schemering op grote afstand te horen, bijvoorbeeld in de bergbossen van de hooglanden van Guatemala en in de Cordillera Central en de Talamanca in Costa Rica. Vroeg in de ochtend steken groepjes soms rustige bospaden en landweggetjes over.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Verdraagt enige verstoring en komt ook in secundair bos en koffieplantages voor, maar wordt bejaagd en heeft plaatselijk te lijden onder bosverlies.

Wetenschappelijke naam

Dendrortyx leucophrys | (Gould, 1844)

Gould beschreef de soort in 1844 als Ortyx leucophrys; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dendrortyx werd in 1844 ingevoerd door Gould. Dendrortyx is Grieks, van dendron 'boom' en ortux 'kwartel': 'boomkwartel', naar het leven in bos. leucophrys is Grieks, van leukos 'wit' en ophrus 'wenkbrauw', naar de lichte wenkbrauwstreep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cobán, Guatemala.