Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Mexicaanse poorwill

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Mexicaanse poorwill | Nyctiphrynus mcleodii

Eared Poorwill | Tapacamino prío

De Mexicaanse poorwill is een kleine, donkere nachtzwaluw die alleen in het westen van Mexico voorkomt. Hij leeft verborgen in droogbos en pijn-eikenbos op de hellingen van de Sierra Madre en wordt bijna altijd eerst gehoord. Aan weerszijden van de kruin draagt hij verlengde veertjes, die de kop een gehoornd profiel kunnen geven.

Mexicaanse poorwill (Nyctiphrynus mcleodii)
Foto: Nigel Voaden — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een kort, scherp en opwaarts gebogen fluitje, ongeveer prieejo of pieejoe, met tussenpozen van enkele seconden herhaald. Vooral te horen in het voorjaar en de vroege zomer, in de schemering en in maanlichte nachten.

Luister: ZangXC631328

Opname: David Ruíz Domínguez — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

19–21 cm, met een vrij lange, afgeronde staart en korte, ronde vleugels zonder wit. Het verenkleed is fijn gevlekt en gevermiculeerd grijsbruin tot roestbruin, met verlengde veertjes boven de oren. Over de keel loopt een smalle witte band, en de buik is gevlekt. De buitenste staartpennen hebben witte toppen, die in de vlucht en bij het opvliegen opvallen. Het vrouwtje is roodbruiner, met minder wit in de staart.

Verwarrings­soorten

De poorwill Phalaenoptilus nuttallii in het noordwesten is grijzer, met een kortere staart en een zwarte keel boven de witte band. Ridgways whippoorwill Antrostomus ridgwayi en de Mexicaanse whippoorwill Antrostomus arizonae zijn groter en langer, met een geelbruine of bruine kraag en zonder oorpluimpjes. De pauraque Nyctidromus albicollis is groter, met een witte vleugelband. Met de yucatánpoorwill Nyctiphrynus yucatanicus overlapt de soort niet.

Leefgebied

Droogbos en halfbladverliezend bos op hellingen en in ravijnen, en open pijn-eikenbos daarboven, in de heuvels en lagere bergen. Jaagt vanaf een lage tak of vanaf de grond op motten en andere insecten. Het ei wordt zonder nest op de grond gelegd, tussen blad of stenen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in Mexico, op de Pacifische hellingen van het westen. Van het zuiden van Sonora en Sinaloa over Durango, Nayarit, Jalisco, Colima en Michoacán zuidelijk tot Guerrero en het westen van Oaxaca. De verspreiding is door het verborgen leven onvolledig bekend.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bekend zijn de nachtelijke excursies in de heuvels rond San Blas en Tepic in Nayarit, waar de vogels in het voorjaar op de roep worden gezocht en met een lamp op een lage tak of de grond te vinden zijn. In Jalisco worden ze ook in de heuvels landinwaarts van de kust gemeld.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Een Mexicaanse endemische soort met een vrij klein verspreidingsgebied. Kap van droogbos en pijn-eikenbos vermindert het leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Nyctiphrynus mcleodii | (Brewster, 1888)

Brewster beschreef de soort in 1888 als Otophanes mcleodii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Nyctiphrynus werd in 1857 ingevoerd door Bonaparte. Nyctiphrynus is Grieks, van nux, nuktos 'nacht' en phrunē 'pad': 'nachtpad', naar de brede bek en het nachtelijke leven. mcleodii eert de Amerikaanse verzamelaar Richard Randall McLeod, die van 1883 tot 1888 in Mexico werkte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sierra Madre van Chihuahua, Mexico.