Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Ransuil
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Ransuil | Asio otus
Long-eared Owl | Búho chico
De ransuil is een slanke, middelgrote uil met lange oorpluimen, die in Noord-Amerika, Europa, Azië en Noord-Afrika voorkomt. In het gidsgebied is hij vooral een schaarse wintergast in het noorden en midden van Mexico; in het noorden van Baja California en mogelijk elders in het noordwesten broedt hij plaatselijk. Hij is strikt nachtactief en rust overdag verscholen in dicht struweel of bomen, in de winter vaak met meerdere vogels bij elkaar.
Geluid
In de winter meestal stil. In het broedseizoen zingt het mannetje een lange reeks lage, gedempte hoe-tonen, met tussenpozen van enkele seconden. Bij onrust een blaffend wek-wek en jammerende roepen; jongen bedelen met een hoog, piepend pie-ie.
Opname: Romuald Mikusek — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
35–40 cm, slank, met lange, dicht bij elkaar staande oorpluimen en oranje ogen. Het gezichtsmasker is roodbruin met een donkere rand en een witte V tussen de ogen. De bovendelen zijn grijsbruin, fijn donker en licht gevlekt. De onderdelen zijn geelbruin met donkere lengtestrepen en fijne dwarsbandjes. Een rustende vogel kan zich zeer smal maken en lijkt dan op een stuk schors. In vlucht een geeloranje vlek op de handpenbasis en een donkere polsvlek.
Verwarringssoorten
De grote ransuil Asio stygius is groter en veel donkerder, met een zwartachtig gezicht en gele ogen. De velduil Asio flammeus heeft zeer korte oorpluimen, gele ogen in zwarte vlekken, een ongebandeerde buik en jaagt boven open land, ook in de schemering. De Amerikaanse oehoe Bubo virginianus is veel groter, heeft wijd uit elkaar staande oorpluimen, gele ogen en een witte keel. De gestreepte ransuil Asio clamator heeft een wit gezicht en donkere ogen en leeft alleen in het zuiden.
Leefgebied
Halfopen landschap met dichte bomen of struiken om te rusten en open terrein om te jagen: oeverbos met wilgen en populieren in droge streken, mesquitestruweel, jeneverbes- en pijn-eikenbos, chaparral, hoogvlaktestruweel en halfwoestijngrasland, ook boomgaarden en houtwallen bij akkers. Jaagt ’s nachts laag vliegend op muizen en andere kleine zoogdieren. Broedt in oude nesten van kraaien, eksters en roofvogels.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Schaarse wintergast in het noorden en midden van Mexico, van ongeveer oktober tot april, vooral in Baja California, Sonora, Chihuahua, Coahuila, Durango en Sinaloa, zuidwaarts tot Jalisco, Guanajuato, Querétaro en de staat México; zeldzaam verder zuidelijk. Plaatselijke en schaarse broedvogel in het noorden van Baja California, en mogelijk ook in de bergen van Chihuahua en Durango, waar zomerwaarnemingen bekend zijn. Ten zuiden van Mexico niet vastgesteld. Buiten het gidsgebied broedend in Canada en de Verenigde Staten, in Europa, Azië en Noord-Afrika.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste in de winter overdag te zoeken in dichte bosjes, wilgen en jeneverbessen in droog land, bijvoorbeeld in oeverbos in Chihuahua en Baja California, waar vaste rustplaatsen met braakballen en witte uitwerpselen onder de bomen te herkennen zijn. Een rustende vogel zit dicht tegen de stam en valt pas op bij goed zoeken; verstoring van rustplaatsen moet worden vermeden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd als soort. In Noord-Amerika zijn de aantallen plaatselijk afgenomen door het verdwijnen van oeverbos en struweel; over de populatie in Mexico is weinig bekend.
Wetenschappelijke naam
Asio otus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Strix Otus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Asio werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Asio is de Latijnse naam van een uil met oorpluimen. otus komt van Grieks ōtos, de naam van een kleine uil met oorpluimen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.





