Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Rood-witte winterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Rood-witte winterkoning | Thryophilus rufalbus

Rufous-and-white Wren | Chivirín rojizo

De rood-witte winterkoning is een vrij grote winterkoning met helder roodbruine bovendelen en een witte onderzijde. Hij leeft in de ondergroei van droog en halfvochtig bos aan de Pacifische kant van Midden-Amerika en valt op door zijn lage, holle fluittonen.

Rood-witte winterkoning (Thryophilus rufalbus)
Foto: Aitor — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks lage, holle, fluitende tonen, vaak beginnend met een korte triller; klinkt eerder als een uil of duif dan als een winterkoning. Paren zingen in duet. Roep een droge ratel.

Luister: ZangXC928021

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Bovendelen helder roodbruin, vleugels en staart met smalle zwarte banden. Witte wenkbrauwstreep, wangen zwart-wit gestreept. Keel en borst wit, flanken en onderbuik bruinachtig. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

De acaciawinterkoning Thryophilus pleurostictus is grauwer bruin van boven en heeft zwarte banden op de flanken. De vale winterkoning Cantorchilus modestus is kleiner en minder rood van boven, met okerkleurige flanken. De witoorwinterkoning Cantorchilus leucotis heeft een okerkleurige borst en buik.

Leefgebied

Ondergroei en dicht struikgewas in droog loofbos, galerijbos en overstromingsbos, halfvochtig bos en secundair bos, van het laagland tot in de lagere bergen. Zoekt op en vlak boven de grond naar insecten en spinnen.

Verspreiding en trek

Pacifische kant van het zuiden van Mexico (Chiapas) door Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia en Venezuela.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te horen in het droog- en galerijbos van Guanacaste in Costa Rica. De lage, holle fluittonen zijn het beste aanknopingspunt; de vogel zelf blijft vaak laag in de ondergroei.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in droog en halfvochtig bos; gaat achteruit waar het bos volledig verdwijnt.

Wetenschappelijke naam

Thryophilus rufalbus | (de Lafresnaye, 1845)

De Lafresnaye beschreef de soort in 1845 als Thryothorus rufalbus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thryophilus werd in 1864 ingevoerd door Baird. Thryophilus is Grieks, van thruon 'riet, bies' en philos 'liefhebber': 'rietminnaar'. rufalbus is Latijn, van rufus 'roodbruin' en albus 'wit', naar de roestbruine bovendelen en witte onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala (oorspronkelijk abusievelijk Mexico).