Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Blauw-witte spotlijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Blauw-witte spotlijster | Melanotis hypoleucus

Blue-and-white Mockingbird | Mulato pechiblanco

De blauw-witte spotlijster is een grote, schuwe spotlijster van struikgewas in de bergen van het noorden van Midden-Amerika. Met de leiblauwe bovendelen, het zwarte masker, het rode oog en de witte onderdelen is hij goed te herkennen, maar hij laat zich meestal eerder horen dan zien. Hij komt alleen in het gidsgebied voor, van Chiapas tot het noorden van Nicaragua.

Blauw-witte spotlijster (Melanotis hypoleucus)
Foto: Grete Pasch — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange, krachtige zang van gevarieerde, rijke en schorre frasen, die vaak twee of drie keer worden herhaald, met nabootsingen van andere vogels. Roepen een hard tsjak en een vloeiend, oplopend tsjoe-wiet.

Luister: ZangXC343950

Opname: Guillermo Funes — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

24–26 cm. Bovendelen, kop en flanken leiblauw, op kruin en nek fijn lichter blauw gestreept. Zwart masker van snavel tot achter het oog; oog rood. Keel, borst en buikmidden helder wit, scherp afgezet tegen de blauwe flanken. Staart lang en donkerblauw, snavel zwart en licht gebogen. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn doffer grijsblauw met een donker oog en weinig wit.

Verwarrings­soorten

De blauwe spotlijster Melanotis caerulescens, die ten westen en noorden van de landengte van Tehuantepec voorkomt, is geheel blauw zonder witte onderdelen. Een mannetje azuurbisschop Cyanocompsa parellina is veel kleiner, met een dikke kegelsnavel. De leiblauwe gaai Aphelocoma unicolor is groter, geheel blauw, zonder masker, en leeft hoger in de kronen.

Leefgebied

Dichte ondergroei en struikgewas in de bergen, vooral aan randen van pijn-eikenbos en nevelwoud, in ruig secundair bos, heggen en struwelen tussen akkers en in schaduwkoffie, meestal tussen 900 en 3000 m. Zoekt op en vlak boven de grond naar insecten, andere ongewervelden en vruchten.

Verspreiding en trek

Hooglanden van Chiapas in het zuidoosten van Mexico, door Guatemala, El Salvador en Honduras tot in de bergen van het noorden van Nicaragua. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden op de zang, die vooral vroeg in de ochtend vanuit een verscholen zitplaats klinkt. In het hoogland van Chiapas rond San Cristóbal de las Casas en in de hooglanden van Guatemala geregeld in struwelen langs bosranden.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in geschikt struikgewas en goed bestand tegen kleinschalig cultuurland.

Wetenschappelijke naam

Melanotis hypoleucus | Hartlaub, 1852

Hartlaub beschreef de soort in 1852 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Melanotis werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Melanotis is Grieks, van melas 'zwart' en ous, ōtos 'oor', naar het zwarte masker over de oorstreek. hypoleucus is Grieks, van hupo 'onder' en leukos 'wit', naar de witte onderdelen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala.