Alle soorten › Keerkringvogels › Keerkringvogels › Roodsnavelkeerkringvogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Keerkringvogels en zonnerallen Phaethontimorphae

Roodsnavelkeerkringvogel | Phaethon aethereus

Red-billed Tropicbird | Rabijunco etéreo

De roodsnavelkeerkringvogel is een witte zeevogel met een rode snavel en twee lange witte staartlinten. Hij vliegt met snelle, stijve vleugelslagen hoog boven zee en duikt van grote hoogte op vliegende vis en inktvis. In het gidsgebied broedt hij vooral op eilanden in de Golf van Californië en voor de Pacifische kust van Mexico, en daarnaast in een kleine kolonie aan de Caribische kant van Panama. De vogels in het gidsgebied behoren tot de ondersoort P. a. mesonauta.

Roodsnavelkeerkringvogel (Phaethon aethereus)
Foto: Nicolas Völcker — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij de broedplaats en in baltsvlucht luide, rasperende krijsroepen, vaak in een reeks, zoals krieee-krieee-kri-kri-kri. Op zee meestal stil.

Luister: VluchtroepXC277776

Opname: Jesse Fagan — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

45–50 cm zonder staartlinten; bij volwassen vogels steken de twee middelste staartpennen nog 45 tot 55 cm voorbij de staart uit. Volwassen vogels zijn wit met fijne zwarte dwarsbandering op rug, schouders en binnenvleugel, waardoor de bovenzijde van dichtbij grijzig lijkt. Een zwarte oogstreep loopt door tot in de nek. De buitenste handpennen en hun dekveren vormen een zwarte wig aan de vleugelpunt. De snavel is rood. Jonge vogels missen de staartlinten, hebben een gele snavel, een grovere bandering, zwarte staartpunten en een zwarte nekband die de oogstrepen achter de kop verbindt.

Verwarrings­soorten

De witstaartkeerkringvogel Phaethon lepturus, een dwaalgast aan de Caribische kant, is kleiner, heeft een onbebande witte rug, een gele tot oranje snavel en een zwarte diagonale baan over de binnenvleugel. De roodstaartkeerkringvogel Phaethon rubricauda, zeldzaam ver uit de Pacifische kust, heeft een witte rug, weinig zwart in de vleugelpunt en rode staartlinten. Sterns, zoals de koningsstern Thalasseus maximus, hebben een gevorkte staart zonder linten en een zwarte kap.

Leefgebied

Broedt in spleten, holen en onder overhangende rotsen op steile kliffen en rotsige eilanden, waar het enkele ei op de kale grond ligt. Foerageert op open zee en boven het continentaal plat, soms ver uit de kust, en jaagt met stootduiken op vliegende vis en inktvis. Groepjes vogels voeren boven de broedkliffen luidruchtige baltsvluchten uit.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedvogel op eilanden in de Golf van Californië, zoals San Pedro Mártir, op Isla Isabel voor Nayarit en op de Revillagigedo-eilanden. Op zee langs de hele Pacifische kust van Mexico tot Costa Rica en Panama, het meest voor Mexico. Aan de Caribische kant een kleine kolonie op een eilandje bij Bocas del Toro in Panama, verder zeldzaam. Buiten het gidsgebied in tropische delen van de Atlantische Oceaan, de oostelijke Stille Oceaan, de Rode Zee, de Perzische Golf en het noordwesten van de Indische Oceaan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Boottochten naar broedeilanden zoals Isla Isabel of in de Golf van Californië en pelagische tochten voor de Pacifische kust van Mexico bieden de meeste kans. Bij Bocas del Toro zijn de vogels vanaf een boot bij het broedeilandje te zien. Bij jonge vogels zijn snavelkleur en nekband de belangrijkste kenmerken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar wereldwijd vermoedelijk in aantal afnemend. Op broedeilanden vormen ingevoerde ratten en katten een bedreiging voor eieren en jongen; op verschillende Mexicaanse eilanden zijn deze roofdieren verwijderd. Plaatselijk spelen verstoring en het rapen van eieren een rol.

Wetenschappelijke naam

Phaethon aethereus | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Phaethon voerde hij in datzelfde werk in. Phaethon gaat terug op het Griekse phaethon 'zon, de stralende'. aethereus is Latijn voor 'hemels', bij aether 'de hoge, heldere lucht'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ascension.