Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Rosse ruigpootbuizerd

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Rosse ruigpootbuizerd | Buteo regalis

Ferruginous Hawk | Aguililla real

De rosse ruigpootbuizerd is de grootste buizerd van Noord-Amerika, een roofvogel van open grasland met poten die tot op de tenen bevederd zijn. Hij jaagt op prairiehonden, grondeekhoorns en andere grote knaagdieren, vaak vanaf de grond of een lage uitkijkpost bij een kolonie. In het gidsgebied is hij een wintergast in de graslanden en woestijnen van het noorden van Mexico.

Rosse ruigpootbuizerd (Buteo regalis)
Foto: Madeleine Claire — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de winter meestal stil. Bij verstoring een schor, aflopend kree-ah, iets lager dan dat van de roodstaartbuizerd.

Luister: VluchtroepXC961082

Opname: Sue Riffe — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

56–69 cm, met lange, brede vleugels die naar de punt toe smaller worden, een grote kop en een brede snavel met een gele mondhoek tot onder het oog. De lichte vorm heeft een lichte kop, roodbruine rug en schouders, witte onderdelen en roodbruine bevederde poten, die in de vlucht als een donkere V tegen de witte buik afsteken. De ondervleugel is wit, met roodbruine dekveren en kleine donkere polsvlekken; de staart is wittig met een roodbruine of grijze waas. Een kleiner deel van de vogels is geheel donker roodbruin tot zwartbruin, met witte slagpennen en een lichte staart. Jonge vogels hebben witte poten en geen roodbruin op de onderdelen. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje is groter.

Verwarrings­soorten

De roodstaartbuizerd Buteo jamaicensis is kleiner, met een donkere streep langs de voorrand van de ondervleugel, een buikband van strepen, onbevederde poten en bij volwassen vogels een roodbruine staart. De witstaartbuizerd Geranoaetus albicaudatus heeft grijze bovendelen, een zwarte ondervleugel en een witte staart met een zwarte eindband. Donkere vogels kunnen lijken op een jonge steenarend Aquila chrysaetos, die veel groter is, met een donkere ondervleugel en witte vlakken aan de basis van de handpennen en de staart.

Leefgebied

Halfwoestijngrasland en open vlaktes in de Chihuahuawoestijn, vooral met kolonies van prairiehonden of grondeekhoorns, akkers en weiland, ook in de landbouwvalleien van Baja California. Zit op de grond, op een paal, op een hoogspanningsmast of in een losse boom, of hangt boven het land stil in de wind.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Wintergast van oktober tot maart in het noorden van Mexico: in het noorden van Baja California, in Sonora, Chihuahua, Coahuila, Nuevo León en Durango, minder in Zacatecas, San Luis Potosí en Tamaulipas. Zuidelijker op de Mexicaanse hoogvlakte, tot in Jalisco, Guanajuato, Hidalgo, Puebla en Estado de México, schaars en onregelmatig. Niet in Midden-Amerika. Buiten het gidsgebied broedend op de prairies en in de halfwoestijn van het zuiden van Canada en het westen van de Verenigde Staten; overwintert daar ook in het zuidwesten.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In december en januari zitten er geregeld enkele op palen en op de grond in de prairiehondkolonies van de graslanden bij Janos, in het noordwesten van Chihuahua, en in de graslanden ten zuiden van Saltillo en bij Galeana in het zuiden van Nuevo León.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Door het omzetten van grasland in akkerland en de achteruitgang van prairiehondkolonies is de soort in delen van het broedgebied minder talrijk geworden. In het gidsgebied hangt hij af van de graslanden van de Chihuahuawoestijn, die steeds vaker worden omgeploegd.

Wetenschappelijke naam

Buteo regalis | (Gray, 1844)

Gray beschreef de soort in 1844 als Archibuteo regalis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. regalis is Latijn voor 'koninklijk', naar deze grootste en statigste buizerd van Noord-Amerika. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Real del Monte, Hidalgo, Mexico.