Alle soorten › Zangvogels › Ovenvogels en muisspechten › Schubkeelbladspeurder

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Schubkeelbladspeurder | Anabacerthia variegaticeps

Scaly-throated Foliage-gleaner | Breñero cejudo

De schubkeelbladspeurder is een vrij kleine, olijfbruine bladspeurder van vochtig bergbos, te herkennen aan de opvallende okergele oogring met een streep erachter, die hem een gebrilde aanblik geeft. Hij zoekt actief langs takken in de middenlaag en is een vaste deelnemer aan gemengde groepen. In het gidsgebied leeft hij van het zuiden van Mexico tot Panama.

Schubkeelbladspeurder (Anabacerthia variegaticeps)
Foto: Cheryl Rosenfeld — CC BY-NC 4.0 · iNaturalist

Geluid

De roep is een scherp, piepend tsjiek of skwiek. De zang is een snelle reeks van zulke scherpe tonen.

Luister: ZangXC1095802

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm. Kruin grijsachtig olijf, rug olijfbruin, vleugels en staart roodbruin. Een brede okergele oogring die achter het oog doorloopt als een korte streep. Keel lichtgeel-okerkleurig met fijne donkere schubben. Borst en buik okerachtig olijfbruin met vage lichte streepjes op de borst. Snavel vrij kort en recht. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

De gestreepte bladspeurder Syndactyla subalaris is groter, met duidelijke lichte strepen op rug en onderdelen en zonder opvallende oogring. De geelkapbladspeurder Dendroma rufa heeft een okergeel voorhoofd, een grijze kruin en effen okergele onderdelen. Muisspechten zoals de vlekkruinmuisspecht Lepidocolaptes affinis klimmen tegen stammen en hebben een langere, gebogen snavel.

Leefgebied

Middenlaag en lagere kronen van vochtig nevelwoud, voetheuvelbos en vochtig pijn-eikenbos, ook bosranden en oud secundair bos, meestal tussen ongeveer 600 en 2500 m. Hangt en klimt langs takken en zoekt in dode bladeren, mos en epifyten naar insecten en spinnen, bijna altijd in gemengde groepen.

Verspreiding en trek

Bergen van het zuiden van Mexico (onder meer Guerrero, Oaxaca en Chiapas), Guatemala, El Salvador en Honduras, en verder Costa Rica en het westen van Panama. Buiten het gidsgebied in de westelijke Andes van Colombia en Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrij gemakkelijk te vinden in gemengde groepen in de nevelwouden van Monteverde in Costa Rica en in de bergbossen van Chiapas en Guatemala. De gebrilde kop valt op zodra de vogel even stilzit.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in geschikt bergbos, maar gevoelig voor het kappen van nevelwoud.

Wetenschappelijke naam

Anabacerthia variegaticeps | (Sclater, 1857)

Sclater beschreef de soort in 1857 als Anabazenops variegaticeps; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Anabacerthia werd in 1841 ingevoerd door De Lafresnaye. Anabacerthia combineert de geslachtsnamen Anabates (Grieks anabatēs 'klimmer', nu Philydor) en Certhia (boomkruiper). variegaticeps is Latijn, van variegatus 'bont' en -ceps '-koppig', naar de getekende kop met oogring en streep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Córdoba, Veracruz, Mexico.