Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Stricklands specht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Stricklands specht | Leuconotopicus stricklandi

Strickland's Woodpecker | Carpintero de Strickland

Stricklands specht is een kleine bruin-witte specht van het hooggebergte van centraal Mexico. Hij leeft in open pijnbos op de vulkanen van de Neovolcanische As, vaak tot dicht bij de boomgrens. Vroeger werd hij samen met de arizonaspecht als één soort beschouwd.

Stricklands specht (Leuconotopicus stricklandi)
Foto: Alberto Sánchez — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp piek of kietsj en een raspende ratel. Trommelt in korte roffels op dood hout.

Luister: ZangXC457209

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–19 cm. Rug donkerbruin met smalle witte dwarsbanden; vleugels bruin met witte vlekjes. Kop bruin met een witte streep boven en onder de bruine oorvlek en een witte vlek op de halszijde. Onderdelen wit, dicht bezet met donkerbruine strepen en vlekken, die op de flanken overgaan in bandjes. Buitenste staartveren wit met bruine bandjes. Het mannetje heeft een rode vlek in de nek, het vrouwtje niet.

Verwarrings­soorten

De arizonaspecht Leuconotopicus arizonae heeft een effen bruine rug en meer gevlekte dan gestreepte onderdelen; zijn gebied ligt westelijker en noordelijker. De haarspecht Leuconotopicus villosus is groter, met een zwarte kop, een witte rugstreep en ongevlekte onderdelen. De ladderspecht Dryobates scalaris heeft een zwart-wit gebandeerde rug en een kop met zwarte strepen, en leeft in lagere, drogere streken.

Leefgebied

Open bos van pijnbomen, vooral Pinus hartwegii, en gemengd bos van pijn en oyamel op hoge vulkaanhellingen, ongeveer tussen 2500 en 4000 m; plaatselijk ook in pijn-eikenbos lager op de hellingen. Zoekt insecten en larven op stammen en takken, ook in door brand aangetaste bomen. Hakt de nestholte in een dode stam of tak.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in centraal Mexico, op de vulkanen en hoge bergen van de Neovolcanische As: rond Mexico-Stad op de Ajusco, op de Nevado de Toluca, in Morelos, op de Iztaccíhuatl en de Popocatépetl, op de Malinche in Tlaxcala en Puebla, en op de Cofre de Perote en de Pico de Orizaba in het westen van Veracruz. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het pijnbos van het Parque Nacional Izta-Popo, bijvoorbeeld rond Paso de Cortés, en op de hellingen van de Malinche en de Nevado de Toluca. Werkt vaak in een spiraal langs een stam omhoog.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Het verspreidingsgebied is klein en beperkt tot hoge bergen, waar houtkap, bosbranden en begrazing het bos aantasten.

Wetenschappelijke naam

Leuconotopicus stricklandi | (Malherbe, 1845)

Malherbe beschreef de soort in 1845 als Picus (Leuconotopicus) Stricklandi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Leuconotopicus werd in 1845 ingevoerd door Malherbe. Leuconotopicus combineert Grieks leukos 'wit' en nōtos 'rug' met Latijn picus 'specht': 'witrugspecht'. stricklandi eert de Engelse natuuronderzoeker Hugh Edwin Strickland (1811–1853), pionier van de zoölogische nomenclatuur. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het massief van de Pico de Orizaba, Mexico (later beperkt).