Alle soorten › Zangvogels › Diksnavelmezen › Winterkoningmees

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Winterkoningmees | Chamaea fasciata

Wrentit | Camea

De winterkoningmees is een kleine, bruingrijze zangvogel met een lange, vaak opgestoken staart en een bleek oog, die vrijwel alleen in dicht struikgewas leeft. Hij wordt veel vaker gehoord dan gezien. In het gidsgebied komt hij alleen voor in het noordwesten van Baja California.

Winterkoningmees (Chamaea fasciata)
Foto: Becky Matsubara from Contra Costa County, California — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang van het mannetje is een reeks heldere, korte tonen die steeds sneller op elkaar volgen en eindigen in een ratel, als een stuiterend balletje; het vrouwtje zingt een kortere reeks zonder die versnelling. De roep is een droge, snorrende ratel. Zingt het hele jaar door.

Luister: DuetXC698635

Opname: Denise Wight — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm, met een lange, afgeronde staart die vaak schuin omhoog wordt gehouden. Verenkleed egaal grijsbruin, de borst iets lichter, beigeachtig en fijn donker gestreept. Iris bleek, roomwit tot geelachtig, opvallend in het donkere gezicht. Snavel kort en iets gebogen. Vleugels kort en rond. Mannetje en vrouwtje gelijk.

Verwarrings­soorten

De bewicks winterkoning Thryomanes bewickii heeft een witte wenkbrauwstreep, een langere, dunnere snavel en een staart met witte hoeken. De struikmees Psaltriparus minimus is veel kleiner, met een stompe snavel, en leeft in groepen. De californische muggenvanger Polioptila californica is slanker en grijzer, met een zwart-witte staart.

Leefgebied

Chaparral, kustsaliestruweel en dichte struiken langs beken. Eet insecten, spinnen en in de winter ook bessen. Paren blijven het hele jaar in een klein, vast territorium.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in het noordwesten van Baja California. Buiten het gidsgebied langs de Pacifische kant van de Verenigde Staten, van Oregon tot het zuiden van Californië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden door op de zang te letten en dan geduldig te wachten tot de vogel even aan de rand van een struik verschijnt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied beperkt tot een klein gebied in het noordwesten van Baja California; buiten het gidsgebied algemeen in geschikt struweel.

Wetenschappelijke naam

Chamaea fasciata | (Gambel, 1845)

Gambel beschreef de soort in 1845 als Parus fasciatus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Chamaea werd in 1847 ingevoerd door Gambel. Chamaea komt van het Griekse khamai 'op de grond', naar het verborgen leven laag in dicht struikgewas. fasciata is Laatlatijn voor 'gestreept, gebandeerd', van fascia 'band', naar de fijne bandering op de staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Monterey, Californië, VS.