Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Witbuikbosral

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Witbuikbosral | Aramides albiventris

Russet-naped Wood Rail | Rascón nuca canela

De witbuikbosral is een grote bosral met een grijze kop en hals, een roodbruine nek en borst en een zwarte achterkant. Hij leeft in moerasbos, mangrove en langs beken en lagunes in het laagland en valt vooral op door het luide, kakelende duet van paren in de schemering. Hij komt van Zuid-Mexico tot het noorden van Costa Rica voor en is daarmee vrijwel tot het gidsgebied beperkt. Tot voor kort werd hij samen met de cayennebosral als één soort beschouwd.

Witbuikbosral (Aramides albiventris)
Foto: Tinker & Rove from Calgary, Canada — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, uitgelaten gekakel, vaak als duet of door meerdere vogels, met herhaalde frasen als pop-tiyi pop-tiyi ko-ko-ko-ko, vooral in de ochtend- en avondschemering. Bij alarm een schor gekakel of hard getok.

Luister: ZangXC871842

Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

33–38 cm, een forse, hoogpotige ral met een lange, iets afgeplatte snavel. Kop en voorhals zijn grijs, de keel witachtig. De achterkruin en nek zijn roodbruin tot kaneelkleurig en lopen over in de olijfbruine mantel. Borst en flanken zijn roestbruin, bij sommige populaties grijzer of lichter; buik, stuit en de korte staart zijn zwart. De snavel is groengeel met een geler punt, het oog rood en de poten koraalrood. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer. Loopt met opgewipte staart en vliegt zelden.

Verwarrings­soorten

De cayennebosral Aramides cajaneus, in Costa Rica en Panama, is zeer gelijkend, maar heeft een geheel grijze hals tot op de bovenrug en alleen een bruine vlek op de achterkruin, zonder roodbruine nek. De roodnekbosral Aramides axillaris is kleiner, met een geheel kastanjebruine kop en hals. De effen bosral Amaurolimnas concolor is veel kleiner en geheel bruin.

Leefgebied

Moerasbos, mangrove, overstromingsbos, de oevers van beken, rivieren en lagunes in laaglandbos en natte bosranden; ook in secundair bos, vochtig seizoensbos op het schiereiland Yucatán en plaatselijk in parken en terreinen met water dicht bij bos. Foerageert op de grond, vooral in de schemering, op ongewervelden, krabben, kikkers, zaden en vruchten. Paren blijven het hele jaar bij elkaar en verdedigen een territorium. Het nest is een kom van takjes en bladeren in een struik of lage boom.

Verspreiding en trek

Aan de Atlantische kant van Mexico van het zuiden van Veracruz via Tabasco en het noorden van Oaxaca en Chiapas tot het hele schiereiland Yucatán; verder in Belize, het noorden van Guatemala, Honduras, Nicaragua en het noorden van Costa Rica, vooral in de Caribische laaglanden. Aan de Pacifische kant schaars en plaatselijk. In Belize en op het schiereiland Yucatán vrij algemeen. Buiten het gidsgebied komt de soort niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Belize, bijvoorbeeld rond de lagunes van Crooked Tree, en op het schiereiland Yucatán laten vogels zich vaak zien aan de rand van water en bos, vooral vroeg in de ochtend. In het noorden van Costa Rica langs rivieren en in moerasbos van de Caribische laaglanden. Het duet in de schemering verraadt territoria.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In grote delen van het verspreidingsgebied vrij algemeen. Ontbossing, het droogleggen van moerasbos en het kappen van mangrove verminderen plaatselijk het leefgebied.

Wetenschappelijke naam

Aramides albiventris | Lawrence, 1868

Lawrence beschreef de soort in 1868 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Aramides werd in 1845 ingevoerd door Pucheran. Aramides is Aramus (koerlan) met Grieks -oidēs 'lijkend op': 'koerlan-achtige'. albiventris is Latijn, van albus 'wit' en venter 'buik', naar de lichte vlek op de onderbuik. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Belize.