Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Californische ral

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Californische ral | Rallus obsoletus

Ridgway's Rail | Rascón de Ridgway

De californische ral is een grote, grijsbruine ral met een lange, iets gebogen snavel, een kaneelkleurige borst en zwart-wit gebande flanken. Hij leeft in kwelders, zoutmoerassen en mangrove langs de kusten van Noordwest-Mexico en in rietmoerassen van de Coloradodelta. Hij wordt veel vaker gehoord dan gezien: vooral het klepperende geroep in de schemering verraadt de soort. Tot 2014 werd hij tot de klapperral gerekend.

Californische ral (Rallus obsoletus)
Foto: Becky Matsubara from El Sobrante, California — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, klepperend kek-kek-kek-kek-kek, eerst versnellend en dan vertragend, vaak beantwoord door andere vogels in het moeras, zodat een koor ontstaat. Daarnaast een grommend kek-burr en zachtere tikkende roepen. Roept vooral in de ochtend- en avondschemering en bij springtij.

Luister: RoepXC929249

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

32–41 cm; het mannetje is groter dan het vrouwtje. Een hoogpotige ral met een lange, licht gebogen snavel, die oranjegeel is aan de basis en donkerder naar de punt. De bovendelen zijn grijsbruin met donkere veercentra; de wangen zijn grijs, boven het oog een lichte wenkbrauwstreep. Keel wit, hals en borst warm kaneel- tot oranjebruin, bij de populatie van het zuiden van Baja California het helderst. De flanken zijn grijsbruin met witte dwarsbanden; de onderstaartdekveren wit. De poten zijn oranjebruin tot grijs. Jonge vogels zijn donkerder en vlekkeriger. Loopt met opgewipte staart, waarbij de witte onderstaart oplicht.

Verwarrings­soorten

De virginiaral Rallus limicola is veel kleiner, met een helderder roodbruine borst en vleugels, grijze wangen en een rode snavel. De mexicaanse ral Rallus tenuirostris van de zoetwatermoerassen in het binnenland is zeer gelijkend; het leefgebied is het beste onderscheid. De gevlekte ral Pardirallus maculatus is gestippeld zwart-wit. De koerlan Aramus guarauna is veel groter en donkerbruin met witte strepen.

Leefgebied

Kwelders en zoutmoerassen met slijkgras en zeekraal, mangrove, brakke lagunes en estuaria; in de Coloradodelta en langs de beneden-Colorado ook zoet- en brakwatermoerassen met riet, lisdodde en bies. Foerageert op het slik en in ondiepe kreken bij eb op krabben, andere kreeftachtigen, weekdieren, insecten en kleine vissen. Het nest is een kom van plantenmateriaal in dichte vegetatie, vaak met een afdakje van omgebogen stengels, net boven de vloedlijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In Mexico plaatselijk langs de Pacifische kust van Baja California en Baja California Sur, van Ensenada tot de Bahía Magdalena, en langs de Golf van Californië; in de Coloradodelta in Baja California en Sonora, onder meer in de Ciénega de Santa Clara; langs de kust van Sonora en Sinaloa tot Nayarit, met verspreide waarnemingen zuidelijker tot Jalisco, Colima en Guerrero. Buiten het gidsgebied in de kustmoerassen van Californië en langs de beneden-Colorado in het zuidwesten van de Verenigde Staten.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De Ciénega de Santa Clara in de Coloradodelta herbergt een van de grootste populaties; vogels roepen er vooral vroeg in de ochtend. Langs de Pacifische kust van Baja California bieden de lagunes en kwelders rond Ensenada en verder zuidelijk de beste kans, vooral bij springtij, als het water de vogels uit de dekking drijft.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De soort heeft een beperkt en versnipperd verspreidingsgebied en is afhankelijk van kustmoerassen, die door bebouwing, havens, garnalenkweek en veranderingen in de waterhuishouding afnemen. In de Coloradodelta hangt het leefgebied af van de aanvoer van water uit de rivier en de landbouw.

Wetenschappelijke naam

Rallus obsoletus | Ridgway, 1874

Ridgway beschreef de soort in 1874 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rallus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Rallus is de naam die Engelse vogelkundigen als Willughby en Albin al vóór Linnaeus voor de waterral gebruikten; de precieze herkomst van het woord is onzeker. obsoletus is Latijn voor 'versleten, dof', naar het fletsere verenkleed vergeleken met de koningsral. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit San Francisco, Californië.