Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Mexicaanse ral

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Mexicaanse ral | Rallus tenuirostris

Aztec Rail | Rascón azteca

De mexicaanse ral is een grote, warmbruine ral met een lange snavel, een kaneelkleurige hals en borst en zwart-wit gebande flanken. Hij leeft in zoetwatermoerassen van de centrale hoogvlakte van Mexico en komt buiten Mexico niet voor. Hij werd lang tot de koningsral of de klapperral gerekend en wordt nu als aparte soort beschouwd. Het verborgen leven in dicht moeras maakt dat er weinig over de soort bekend is.

Mexicaanse ral (Rallus tenuirostris)
Foto: JCarloCuevas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een reeks harde, grommende of klepperende tonen, kek-kek-kek-kek of djup-djup-djup, vaak versnellend en weer vertragend, en een grommend kek-burr. Roept vooral in de schemering en 's nachts, en het meest in het broedseizoen in het regenseizoen.

Luister: ZangXC421939

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

32–40 cm; het mannetje is groter dan het vrouwtje. Een hoogpotige ral met een lange, licht gebogen snavel, oranjegeel aan de basis en donkerder naar de punt. De bovendelen zijn bruin met zwartachtige veercentra en roodbruine randen, de vleugeldekveren warm roestbruin. Wangen grijsbruin, keel wit; hals en borst warm kaneelbruin. Flanken en buik zijn zwartachtig met witte dwarsbanden; de onderstaartdekveren wit. De poten zijn bruinachtig tot grijs. Jonge vogels zijn donkerder en minder kleurrijk. Loopt met opgewipte staart.

Verwarrings­soorten

De koningsral Rallus elegans, in het gidsgebied vooral in het oosten van Mexico, lijkt sterk en is vooral aan zijn leefgebied en verspreiding te onderscheiden. De californische ral Rallus obsoletus is grijzer op rug en wangen en leeft in kustmoerassen. De virginiaral Rallus limicola, die in dezelfde moerassen voorkomt, is veel kleiner, met grijze wangen en een rode snavel. De soraral Porzana carolina is klein, met een korte gele snavel.

Leefgebied

Zoetwatermoerassen met hoge, dichte vegetatie van lisdodde, bies en riet, randen van meren en ondiepe plassen, natte graslanden en sloten tussen akkers; op de hoogvlakte tot ruim 2500 m. Foerageert in ondiep water en op modder aan de rand van de vegetatie op waterinsecten, kreeftachtigen, slakken, kleine vissen en zaden. Het nest is een kom van stengels en bladeren in dichte moerasvegetatie, net boven het water.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Alleen in Mexico, in de zoetwatermoerassen van de centrale hoogvlakte en de omliggende gebieden: van het zuiden van Chihuahua en Durango via Jalisco, Michoacán en Guanajuato tot de Staat Mexico, Mexico-Stad, Tlaxcala en Puebla. Bekende bolwerken zijn de moerassen van de bovenloop van de Lerma en de meren van Jalisco en Michoacán. Door de versnippering van de moerassen is de verspreiding sterk onderbroken.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De moerassen van de bovenloop van de Lerma in de Staat Mexico bieden de beste kans, vooral in de schemering, als vogels roepen en soms aan de rand van de lisdodde verschijnen. Ook aan de randen van meren en plassen met dichte oevervegetatie in Jalisco en Michoacán.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De soort heeft een klein verspreidingsgebied en is afhankelijk van zoetwatermoerassen op de centrale hoogvlakte, die door drooglegging, waterwinning voor steden, verontreiniging en verstedelijking sterk zijn afgenomen. Een groot deel van de oorspronkelijke moerassen van het Dal van Mexico en de Lerma is verdwenen.

Wetenschappelijke naam

Rallus tenuirostris | Ridgway, 1874

Ridgway beschreef de soort in 1874 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Rallus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Rallus is de naam die Engelse vogelkundigen als Willughby en Albin al vóór Linnaeus voor de waterral gebruikten; de precieze herkomst van het woord is onzeker. tenuirostris is Latijn, van tenuis 'dun' en rostrum 'snavel', naar de slanke snavel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico-Stad.