Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Witkapvliegenpikker

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Witkapvliegenpikker | Acrochordopus zeledoni

White-fronted Tyrannulet | Mosquerito frentiblanco

De witkapvliegenpikker is een kleine, schaarse tiran van de boomkronen van bergbos, olijfgroen van boven en geel van onder, met een wit voorhoofd en een witte wenkbrauwstreep onder een grijze kruin. Hij zoekt hoog in de bomen naar insecten, vaak in gemengde groepen, en is daardoor gemakkelijk te missen. In het gidsgebied leeft hij in de bergen van Costa Rica en Panama.

Witkapvliegenpikker (Acrochordopus zeledoni)
Foto: Nick Athanas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hoge, dunne fluittonen, vaak in korte reeksen; de soort wordt meestal eerder gehoord dan gezien.

Luister: ZangXC892759

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

11–12 cm, met een korte, vrij dikke snavel. Voorhoofd en wenkbrauwstreep wit, kruin grijs, oorstreek gevlekt grijs en wit. Rug olijfgroen. Vleugels donker met twee duidelijke, geelachtige vleugelstrepen en gele randen aan de tertials. Keel witachtig, borst geel met een olijfkleurige waas, buik geel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De dwergvliegenpikker Phyllomyias griseiceps heeft een donkergrijze kop zonder wit voorhoofd en mist duidelijke vleugelstrepen. De maretakvliegenpikker Zimmerius parvus heeft gele vleugelranden zonder vleugelstrepen en grijswitte onderdelen. De roodbrauwlooftiran Phylloscartes superciliaris heeft een roodbruine wenkbrauwstreep en witte onderdelen.

Leefgebied

Kronen en randen van vochtig bergbos en voetheuvelbos, vooral op middelhoogte, ook hoge bomen aan open plekken. Zoekt insecten aan bladeren en takken, vaak in gemengde groepen met andere kleine zangvogels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied plaatselijk in de bergen van Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied verspreid in de Andes van Colombia tot Peru en Bolivia en in de bergen van Venezuela; de indeling van deze populaties in soorten verschilt tussen bronnen.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Schaars en onopvallend; de beste kans is bij het volgen van gemengde groepen in de kronen van bergbos op middelhoogte in Costa Rica. Het witte voorhoofd en de gele vleugelstrepen zijn de belangrijkste kenmerken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd volgens de wereldwijde beoordeling. In het gidsgebied schaars en plaatselijk; gevoelig voor het verdwijnen van bergbos.

Wetenschappelijke naam

Acrochordopus zeledoni | (Lawrence, 1869)

Lawrence beschreef de soort in 1869 als Pogonotriccus (?) zeledoni; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Acrochordopus werd in 1905 ingevoerd door Berlepsch & Hellmayr. Acrochordopus is Grieks, van akrokhordōn 'wrat' en pous, podos 'voet', naar de ruw geschubde loopbenen. zeledoni eert de Costaricaanse ornitholoog José Castulo Zeledón (1846–1923). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dota, Costa Rica.