Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Wurgarend

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Wurgarend | Morphnus guianensis

Crested Eagle | Águila crestada

De wurgarend is een grote, slanke bosarend met een lange staart, een korte, puntige kuif en betrekkelijk dunne poten. Hij jaagt in het bladerdak op apen, buidelratten, slangen en grote vogels. In het gidsgebied is hij een zeldzame en slecht bekende standvogel van groot regenwoud, van het zuiden van Mexico tot Panama; de meeste waarnemingen komen uit Panama.

Wurgarend (Morphnus guianensis)
Foto: Aitor — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zelden gehoord. Een hoog, fluitend wie-wiew of pie-oe, vooral rond het nest; jonge vogels bedelen met een herhaald, hoog gefluit.

Luister: RoepXC610376

Opname: Fabrice Schmitt — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

71–89 cm. Er zijn twee kleurvormen. De lichte vorm, de algemeenste, heeft een lichtgrijze kop en borst, een donkere kuif met één punt, witte onderdelen met vage roodbruine bandjes en donkerbruine bovendelen. De donkere vorm heeft een zwartachtige kop en borst en zwart-wit gebandeerde onderdelen. De staart is lang, met brede donkere en grijze banden; de vleugels zijn breed en afgerond, van onderen wit met gebandeerde slagpennen. De poten zijn geel en onbevederd. Jonge vogels hebben een witte kop en onderdelen en lichtgrijze bovendelen. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk; het vrouwtje is groter.

Verwarrings­soorten

De harpij Harpia harpyja is groter en forser, met zeer dikke poten, een gespleten kuif en bij volwassen vogels een zwarte borstband; jonge harpijen lijken sterk op jonge wurgarenden, maar hebben dikkere poten en een kortere staart. De jonge bonte kuifarend Spizaetus ornatus en de zwart-witte kuifarend Spizaetus melanoleucus zijn kleiner, met tot op de tenen bevederde poten en een kortere staart. De grijskopwouw Leptodon cayanensis lijkt in de vlucht op de lichte vorm, maar is veel kleiner en heeft geen kuif.

Leefgebied

Groot, aaneengesloten vochtig laaglandregenwoud en heuvelbos, tot ongeveer 1200 m, ook het regenwoud van Darién en bos langs rivieren. Broedt in een grote boom die boven het bladerdak uitsteekt. Jaagt vanaf zitposten in en onder het bladerdak en cirkelt soms laag boven het bos.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel, zeer schaars en verspreid, van het zuiden van Mexico (vooral Chiapas) door Belize, Guatemala (Petén), Honduras en Nicaragua tot Costa Rica, vooral aan de Caribische kant, en Panama, waar Darién het belangrijkste gebied is. In El Salvador niet bekend. Buiten het gidsgebied in tropisch Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Darién in Panama biedt de beste kans. Ook in de bossen van Petén in Guatemala, rond Tikal, zijn nesten gevonden. Een vogel zit vaak lang stil in het bladerdak en wordt meestal pas gezien als hij opvliegt of laag boven het bos cirkelt.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De soort is afhankelijk van groot, ongerept bos en gaat achteruit door ontbossing en afschot. In het gidsgebied is hij overal zeldzaam en in het noorden waarschijnlijk grotendeels verdwenen.

Wetenschappelijke naam

Morphnus guianensis | (Daudin, 1800)

Daudin beschreef de soort in 1800 als Falco guianensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Morphnus werd in 1816 ingevoerd door Dumont. Morphnus is Grieks: morphnos was bij Homerus en Aristoteles de naam van een donkere arend. guianensis is Latijn voor 'uit Guyana', het gebied van de Guyana's waar het type vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.