Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Zeggewinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zeggewinterkoning | Cistothorus stellaris

Sedge Wren | Cucarachero culibarrado

De zeggewinterkoning is een kleine, gestreepte winterkoning van natte graslanden en zeggevelden. Hij broedt in Noord-Amerika en bereikt het gidsgebied alleen als schaarse wintergast in het noordoosten van Mexico. Lange tijd gold hij als onderdeel van de graswinterkoning; nu wordt hij als aparte soort beschouwd.

Zeggewinterkoning (Cistothorus stellaris)
Foto: Andy Reago & Chrissy McClarren — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang begint met enkele hoge, droge tsjip-tikken en eindigt in een droge, gelijkmatige ratel. In de winter vooral de roep: een droog, kort tsjep, vaak herhaald; tegen het einde van de winter soms ook zang.

Luister: ZangXC1106477

Opname: Bill Pyle — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10–12 cm. Klein en compact, met een korte, dunne snavel. Kruin bruin met fijne zwarte en lichte strepen; rug donker met duidelijke witte lengtestrepen. Wenkbrauwstreep vaag en bleek okerkleurig, niet scherp wit. Keel en buikmidden wit, borst en flanken warm okerbruin. Vleugels, stuit en korte staart bruin met donkere bandjes; de staart wordt vaak schuin opgestoken. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De graswinterkoning Cistothorus platensis lijkt in verenkleed sterk op de zeggewinterkoning; in het veld berust het onderscheid vooral op verspreiding, seizoen en zang. In het gidsgebied is de graswinterkoning een standvogel van verspreide populaties in het midden en zuiden van Mexico en verder zuidelijk tot Panama, terwijl de zeggewinterkoning alleen in de winter in het noordoosten van Mexico verschijnt. De zang van de zeggewinterkoning bestaat uit een paar droge tikken gevolgd door een gelijkmatige ratel; die van de graswinterkoning is gevarieerder en verschilt sterk per streek. De moeraswinterkoning Cistothorus palustris, die in dezelfde streek overwintert, heeft een langere snavel, een ongestreepte donkere kruin, een scherpe witte wenkbrauwstreep en leeft in riet en lisdodde.

Leefgebied

In de winter dicht, vochtig grasland, zeggevelden, randen van zoetwatermoerassen en de grazige randen van kustmoerassen; ook ruige, overgroeide velden. Blijft laag in de vegetatie en vliegt alleen kort en laag op. Zoekt kleine insecten en spinnen tussen de grassen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Broedt in het zuiden van Canada en het noorden en midden van de Verenigde Staten. Overwintert in het zuidoosten van de Verenigde Staten, van de Golfkust tot Florida en de zuidelijke Atlantische kust, en in het noordoosten van Mexico. In het gidsgebied vooral in Tamaulipas en Nuevo León, schaarser in het noorden van Veracruz en in Coahuila.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter het best te vinden door langzaam langs de rand van nat, dicht grasland te lopen en te letten op de droge roep; een opgestoten vogel vliegt kort en laag en duikt dan meteen weer in het gras.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid in Noord-Amerika; in het gidsgebied een schaarse wintergast. Het verdwijnen van natte graslanden en zeggevelden door ontwatering en omzetting in akkerland is het belangrijkste knelpunt.

Wetenschappelijke naam

Cistothorus stellaris | (Naumann, 1823) (GBIF: Cistothorus platensis)

Naumann beschreef de soort in 1823 als Troglodytes stellaris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cistothorus werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Cistothorus is Grieks, van kistos 'struik, zonneroosje' en thoos 'vlug, snel': 'vlugge struikvogel'. stellaris is Latijn voor 'met sterren', naar de fijne witte vlekjes op rug en kruin. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Carolina, Verenigde Staten.