Alle soorten › Zangvogels › Koningstirannen › Zwavelstuittiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwavelstuittiran | Myiobius sulphureipygius

Sulphur-rumped Myiobius | Mosquerito lomiamarillo

De zwavelstuittiran is een kleine, beweeglijke tiranachtige van de ondergroei van vochtig bos, met een helder zwavelgele stuit die afsteekt tegen de zwarte staart. Hij spreidt voortdurend de staart en laat de vleugels hangen, en trekt vaak mee met gemengde groepen. In het gidsgebied leeft hij van het zuidoosten van Mexico tot Panama.

Zwavelstuittiran (Myiobius sulphureipygius)
Foto: Adam Jackson — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, kort psit of tsik; de zang is een reeks vergelijkbare tonen.

Luister: RoepXC962695

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12 cm. Bovendelen olijfgroen met een opvallende, helder zwavelgele stuit; staart zwart. Keel grijsachtig wit, borst en flanken warm okerbruin, buik geel. Het mannetje heeft een meestal verborgen gele kruinvlek. Snavel breed en plat, met lange borstels bij de snavelbasis.

Verwarrings­soorten

De zwartstaarttiran Myiobius atricaudus (zuidwesten van Costa Rica en Panama) lijkt er sterk op, maar heeft een lichtere, meer zandkleurige borst die minder contrasteert met de buik, en zit vaker aan bosranden en in secundair bos. De roodstaarttiran Terenotriccus erythrurus heeft een roodbruine staart en geen gele stuit.

Leefgebied

Ondergroei en lagere middenlaag van vochtig, altijdgroen laagland- en voetheuvelbos, ook langs beekjes en in oud secundair bos, meestal beneden 1000 m. Fladdert met gespreide staart en hangende vleugels achter insecten aan die het opschrikt, vaak in gemengde groepen van ondergroeivogels.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Van het zuidoosten van Mexico door Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en Panama, vooral aan de Caribische kant. Buiten het gidsgebied in het westen van Colombia en Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld te zien bij La Selva in Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Let bij gemengde groepen in de ondergroei op de gele stuit van een fladderend vogeltje.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in vochtig bos; gaat achteruit waar laaglandbos verdwijnt.

Wetenschappelijke naam

Myiobius sulphureipygius | (Sclater, 1857) (GBIF: Myiobius barbatus)

Sclater beschreef de soort in 1857 als Tyrannula sulphureipygia; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiobius werd in 1839 ingevoerd door Gray. Myiobius is Grieks, van muia 'vlieg' en bios 'leven': 'die van vliegen leeft'. sulphureipygius combineert Latijn sulphureus 'zwavelgeel' en Grieks -pugos '-stuitig', naar de felgele stuit. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Córdoba, Veracruz, Mexico.