Alle soorten › Zangvogels › Mussen › Abd-al-Kurimus
Abd-al-Kurimus | Passer hemileucus
Abd Al-Kuri Sparrow | Gorrión de Abd al-Kuri
Een bleke woestijnmus van één enkel, heet en droog eiland: Abd al-Kuri, in het westen van de Socotra-archipel. De vogel werd in 1899 als aparte soort beschreven, daarna lang bij de Socotramus ondergebracht en sinds 2008–2009 weer als eigen soort erkend. Met minder dan duizend volwassen vogels is het een van de zeldzaamste mussen ter wereld.
Geluid
Een eenvoudig mussen-tsjilp en zacht getjirp, voor zover bekend niet duidelijk anders dan bij de Socotramus; groepjes laten bij het slapengaan een aanhoudend gekwetter horen. Het geluid is slecht gedocumenteerd.
Opname: Mischa Keijmel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 13–14 cm, iets kleiner en duidelijk bleker dan de Socotramus. Het mannetje heeft een grijze kruin, zandig rossige kopzijden en vleugeldekveren in plaats van kastanjebruin, weinig zwart rond de oorstreek, een witte wang en een kleine zwarte bef die tot de keel beperkt blijft. De rug en stuit zijn zandig grijs met matige, lichte strepen op de mantel; de onderdelen zijn zandig geelwit, wat de wetenschappelijke naam ‘half wit’ verklaart. Het vrouwtje is bleek zandbruin met een lichte wenkbrauwstreep en vuilwitte onderdelen; jonge vogels lijken op het vrouwtje.
Verwarringssoorten
Op het eiland zelf is geen andere mus. De Socotramus (Passer insularis), op Socotra, Samha en Darsa, is groter en donkerder, met warm kastanjebruine kopzijden, veel zwart op de oorstreek, een bef die tot op de borst doorloopt, grijze onderdelen en een zwaar gestreepte mantel. Vrouwtjes van beide soorten zijn in het veld nauwelijks te scheiden; de vindplaats beslist.
Leefgebied
Het eiland is zeer heet en droog, zonder oppervlaktewater en met weinig begroeiing. De mussen leven langs droge afwateringsgeulen met verspreide struiken en in de beter begroeide wadi's aan de voet van de centrale kalksteenrug, van zeeniveau tot de hoogste toppen. Bij de hoofdnederzetting foerageren ze rond afval en op rijst; in de schemering vliegen paren naar hogere begroeiing in de heuvels om te slapen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Alleen op Abd al-Kuri (Jemen), een eiland van circa 130 km² tussen Socotra en de Hoorn van Afrika; het bewoonde areaal is kleiner dan 100 km². Elders, ook op de rest van de Socotra-archipel, niet bekend; op Socotra, Samha en Darsa vervangen door de Socotramus.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Abd al-Kuri is moeilijk bereikbaar en wordt vooral bezocht met een boot vanaf Socotra in het rustige seizoen (najaar tot voorjaar). De mussen zijn het gemakkelijkst te zien rond de hoofdnederzetting en bij de wadi's aan de voet van het gebergte, vroeg in de ochtend en in de schemering wanneer ze naar hun slaapplaats trekken.
Staat van instandhouding
Kwetsbaar. De wereldpopulatie telt minder dan duizend volwassen vogels op één klein eiland. Lokale bewoners vangen de vogels, vooral in het najaar, als voedsel, en cyclonen hebben de laatste jaren schade aangericht; ratten en katten vormen er volgens de beschikbare gegevens geen probleem. Bij verdere achteruitgang komt een zwaardere categorie op de Rode Lijst in beeld.
Wetenschappelijke naam
Passer hemileucus | Ogilvie-Grant & Forbes, 1899
Ogilvie-Grant & Forbes beschreef de soort in 1899 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Passer werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Passer is het Latijnse woord voor 'mus'. hemileucus is Grieks voor 'half wit', van hēmi 'half' en leukos 'wit'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Abd al Kuri in de Socotra-archipel, Jemen.


