Alle soorten › Scharrelaarachtigen › Bijeneters › Afrikaanse kleine groene bijeneter

Afrikaanse kleine groene bijeneter | Merops viridissimus

African Green Bee-Eater | Abejaruco esmeralda africano

Een kleine, grasgroene bijeneter met lange, naaldfijne staartpennen, die in het gidsgebied alleen in de Nijlvallei van Egypte leeft. Daar zit hij op elk draadje langs de akkers en kanalen, van Aswan tot ver in de Delta.

Afrikaanse kleine groene bijeneter (Merops viridissimus)
Foto: Hatem Moushir — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, hoog, rollend trie-trie-trie of snel tit-tit-tit, ijl en weinig dragend, heel anders dan het volle prruup van de grote bijeneters. Bij opwinding loopt het uit in een snelle triller.

Luister: ZangXC602308

Opname: Sun Madakan — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Het lichaam is 16–18 cm, met middelste staartpennen die 8–10 cm uitsteken. Het kleed is helder grasgroen; kruin en nek hebben een goudbruine zweem en de wangen een lichtblauwe glans onder een dunne zwarte oogstreep. Kin en keel zijn groen tot blauwgroen en worden afgesloten door een smalle zwarte borstband. In vlucht tonen de vleugels een okerkleurige gloed met een donkere achterrand. De Egyptische vogels (ondersoort cleopatra) zijn wat bleker dan die van de Sahel. Jonge vogels missen de staartpennen en de zwarte borstband.

Verwarrings­soorten

De Arabische kleine groene bijeneter (Merops cyanophrys), ten oosten van de Golf van Suez, heeft een veel feller blauw gezicht en blauwe keel en staartpunten van maar ongeveer 2 cm; hun gebieden raken elkaar niet. De groene bijeneter (Merops persicus) broedt ook in de Nijlvallei, maar is veel groter, met een gele kin, een roestbruine keel en een blauw-witte wangvlek, en jaagt hoog in roepende groepen.

Leefgebied

Cultuurland van de Nijlvallei: akkers, irrigatiekanalen, dadelpalm- en fruittuinen, dorpsranden en oevers met lage zandwanden waarin hij zijn nestgang graaft. Jaagt als een vliegenvanger vanaf een lage tak, draad of paal en keert steeds naar dezelfde zitplaats terug.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Binnen het gidsgebied alleen in Egypte: algemeen in de Nijlvallei van het Nassermeer en Aswan noordwaarts via Luxor tot de omgeving van Caïro en Faiyum, en de laatste decennia naar het noorden uitgebreid tot in de Nijldelta. In het uiterste zuiden van Algerije, aan de grens met Niger en Mali, worden af en toe vogels van de Sahelvormen gemeld. Buiten het gebied in Noord-Sudan langs de Nijl en verder in de hele Sahelgordel van Senegal tot Ethiopië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bij Aswan, Kom Ombo en op de westoever van Luxor zie je hem met een beetje opletten op elke elektriciteitsdraad langs de akkers. In de winter zitten de vogels 's ochtends vaak met een paar dicht naast elkaar te zonnen; in de broedtijd let je op lage zandwanden langs kanalen en wegen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In Egypte algemeen en naar het noorden uitbreidend, waarschijnlijk geholpen door de bevloeide landbouw. Plaatselijk lijdt hij onder het vergraven van kanaaloevers en het gebruik van insecticiden.

Wetenschappelijke naam

Merops viridissimus | Swainson, 1837

Swainson beschreef de soort in 1837 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Merops werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Merops is Grieks en betekent 'bijeneter'. viridissimus is Latijn voor 'groenste' of 'zeer groen', de overtreffende trap van viridis 'groen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senegal.