Alle soorten › Scharrelaarachtigen › Bijeneters › Aziatische kleine groene bijeneter

Aziatische kleine groene bijeneter | Merops orientalis

Asian Green Bee-Eater | Abejaruco esmeralda asiático

De Aziatische tegenhanger van de Arabische kleine groene bijeneter, die van Zuid-Iran tot Zuidoost-Azië broedt. In het gidsgebied is hij geen vaste bewoner: de dichtstbijzijnde vogels, van de bleke ondersoort beludschicus, leven net over de grens in Zuid-Iran, en zekere gevallen binnen het gebied zijn schaars.

Aziatische kleine groene bijeneter (Merops orientalis)
Foto: Umang Jung Thapa — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, hoog, rollend tri-tri-tri of snel tit-tit-tit, vergelijkbaar met dat van de Arabische kleine groene bijeneter; de verschillen in geluid tussen de drie aziatische kleine groene bijeneters zijn subtiel en een opname helpt bij de determinatie.

Luister: ZangXC1043295

Opname: Jairam Vijayan — CC BY-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Het lichaam is 16–18 cm, met middelste staartpennen die ongeveer 7 cm uitsteken, duidelijk langer dan bij de Arabische kleine groene bijeneter. De westelijke vorm beludschicus is bleek grasgroen, met een groene kruin zonder roestkleur, een smalle zwarte oogstreep, lichtblauwe wangen en een blauwgroene keel boven een smalle zwarte borstband. In vlucht tonen de vleugels een okerkleurige gloed met een donkere achterrand. Jonge vogels missen staartpennen en borstband.

Verwarrings­soorten

De Arabische kleine groene bijeneter (Merops cyanophrys) is de vrijwel altijd juiste keus in Arabië: kortere staartpennen van ongeveer 2 cm en een veel feller blauw voorhoofd, wenkbrauw en keel. De Afrikaanse kleine groene bijeneter (Merops viridissimus) leeft alleen in de Nijlvallei en heeft nog langere staartpennen. De groene bijeneter (Merops persicus) is veel groter, met gele kin en roestbruine keel. Een afwijkende aziatische kleine groene bijeneter in het oosten moet goed gefotografeerd worden, liefst met geluidsopname.

Leefgebied

Open cultuurland met verspreide bomen, palmgaarden, akkerranden, oevers van rivieren en kanalen en droge struwelen; jaagt vanaf lage takken en draden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied geen vaste broedvogel. De westelijkste broedvogels (beludschicus) leven in het zuiden van Iran, van Khuzestan en de Golfkust oostwaarts; daardoor zijn bezoekers aan Zuidoost-Irak (rond Basra en de moerassen) en de overkant van de Golf denkbaar, maar zekere gevallen zijn schaars. Meldingen onder deze naam uit Israël, Jordanië, Saoedi-Arabië, Oman en de Emiraten slaan grotendeels op de Arabische kleine groene bijeneter, die tot 2021 tot deze soort werd gerekend. Buiten het gebied broedt hij van Iran en Pakistan door India en Sri Lanka tot Zuidoost-Azië.

Hoe en wanneer kijken

Zie je in het oosten van de Golf of in Zuid-Irak een aziatische kleine groene bijeneter met lange staartpennen en weinig blauw in het gezicht, fotografeer hem dan van opzij en neem zijn roep op: alleen zo is hij van de Arabische kleine groene bijeneter te onderscheiden.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Zuid-Azië algemeen. Voor het gidsgebied is de status onzeker; gevallen worden het best bij de nationale zeldzaamhedencommissies gemeld.

Wetenschappelijke naam

Merops orientalis | Latham, 1801

Latham beschreef de soort in 1801 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Merops werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Merops is Grieks en betekent 'bijeneter'. orientalis is Latijn voor 'oostelijk'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Maharashtra in India.