Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › Malachietijsvogel

Malachietijsvogel | Corythornis cristatus

Malachite Kingfisher | Martín pescador malaquita

Een piepklein, juweelachtig ijsvogeltje uit Afrika ten zuiden van de Sahara, dat in het gidsgebied alleen als zeldzame gast in Dhofar in het zuiden van Oman voorkomt. Daar wordt hij sinds 2015 bijna elk jaar gezien, vooral bij de rietrijke kreek van Khawr al Mughsayl. Waarschijnlijk gaat het om vogels uit de Hoorn van Afrika, aan de overkant van de Golf van Aden.

Malachietijsvogel (Corythornis cristatus)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, scherp tsiep of tsiek, meestal in snelle, lage vlucht over het water, hoger en dunner dan de roep van de ijsvogel; bij opwinding een piepend gekwetter.

Luister: ZangXC1053100

Opname: Bernard BOUSQUET — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 13 cm, kleiner dan de ijsvogel. Bovendelen diep ultramarijnblauw, kruin en kuif turkoois met fijne zwarte dwarsbanden; de kuif reikt tot aan het oog en kan worden opgezet. Wangen en onderdelen roestoranje, zonder witte oorvlek, met een witte keel en een witte vlek aan de halszijde. Snavel en poten helderrood. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer, met een zwartachtige snavel die in enkele maanden rood kleurt.

Verwarrings­soorten

De ijsvogel (Alcedo atthis), die in de winter ook in Dhofar zit, is groter, heeft een zwarte of deels oranje snavel, een ongebandeerde kruin, een turkooizen rugstreep en een witte vlek achter de oranje oorvlek. De Afrikaanse dwergijsvogel (Ispidina picta), niet in het gebied vastgesteld, is nog kleiner, heeft een violette wangvlek en een kruin die niet tot het oog reikt, en leeft vaak ver van water.

Leefgebied

Rietkragen en lage oeverbegroeiing langs zoete en brakke kreken, lagunes en beekjes. Zit laag, vaak op een rietstengel vlak boven het water, en duikt naar kleine visjes, kikkervisjes en waterinsecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in Dhofar, Zuid-Oman: vooral bij Khawr al Mughsayl en het aangrenzende Wadi Ashawq, waar sinds 2015 bijna jaarlijks vogels worden gezien, vaak door veel waarnemers op dezelfde plek; daarnaast een melding bij Filim aan de Arabische Zee in Midden-Oman (januari 2024). Broedgevallen zijn niet bekend. Elders in het gebied niet vastgesteld. Daarbuiten wijd verbreid in Afrika ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot Ethiopië en Somalië en zuidwaarts tot Zuid-Afrika, ook langs de Nijl in Soedan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Wie in het najaar of de winter Dhofar bezoekt, kan de rietranden van Khawr al Mughsayl rustig aflopen of vanaf de weg langs de kreek scannen; de lokale vogelgroepen melden het meestal snel als er weer een zit. Let op een klein oranje-blauw vogeltje met een rode snavel laag in het riet.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in Afrika algemeen. In Oman een zeldzame maar bijna jaarlijkse gast; de reeks waarnemingen in Dhofar sinds 2015 wijst op geregeld bezoek vanuit de Hoorn van Afrika, niet op een gevestigde populatie. De khawrs van Dhofar zijn zelf kwetsbaar door verstoring en verandering van de waterhuishouding.

Wetenschappelijke naam

Corythornis cristatus | (Pallas, 1764)

Pallas beschreef de soort in 1764 als Alcedo cristata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Corythornis werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Corythornis komt van het Griekse korys, genitief korythos, 'helm', en ornis, 'vogel' — naar de gebandeerde kuif op de kruin van de malachietijsvogel. cristatus is Latijn voor 'gekuifd', van crista, 'kuif' — naar de zwart-turquoise gebandeerde kuif. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Kaap de Goede Hoop.