Alle soorten › Scharrelaarachtigen › IJsvogels › IJsvogel

IJsvogel | Alcedo atthis

Common Kingfisher | Martín pescador común

De kleine blauw-oranje ijsvogel die Europeanen kennen, hier vaak in een verrassende omgeving: op een betonnen gemaal in de Nijldelta, tussen de mangroven van de Golf of aan een visvijver in een woestijnoase. Hij broedt in kleine aantallen in de Maghreb en de Levant, maar is in het grootste deel van het gidsgebied een wintergast uit het noorden, die van september tot april langs vrijwel elk water kan opduiken, ook aan zout water langs de kust.

IJsvogel (Alcedo atthis)
Foto: კახაბერ გოგოლაშვილი — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, hoog en doordringend tsiet of tie-tie, bijna altijd in snelle, lage vlucht over het water. In de winterkwartieren roept hij minder, maar vaak hoor je hem eerder dan je hem ziet. In het voorjaar klinkt bij achtervolgingen een zacht, trillend zangetje.

Luister: RoepXC1052485

Opname: Magnus Hellström — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Compact, kortstaartig en grootkoppig, met een lange dolkvormige snavel en kleine rode pootjes. Bovendelen kobaltblauw met een glanzende turkooizen rugstreep die in de vlucht oplicht, onderdelen en wangvlek oranjebruin, met een witte keel en een witte halsvlek. Het vrouwtje heeft een oranjerode basis aan de ondersnavel, het mannetje een geheel zwarte snavel. Jonge vogels zijn doffer en groeniger, met een donkere borstzweem en donkere poten.

Verwarrings­soorten

De malachietijsvogel (Corythornis cristatus), een zeldzame gast in Dhofar, is kleiner, heeft een felrode snavel, een gebandeerde turkooizen kuif en geheel oranje wangen zonder witte oorvlek. Andere blauwe ijsvogels in het gebied, de Smyrna-ijsvogel (Halcyon smyrnensis) en de witkraagijsvogel (Todiramphus chloris), zijn veel groter en hebben een witte keel of kraag; de eerste heeft bovendien een rode snavel en een kastanjebruine kop. Een blauwe flits langs de oever blijkt soms een blauwborst (Luscinia svecica) te zijn.

Leefgebied

Helder, rustig water met vis en zitplaatsen: rivieren, irrigatiekanalen, visvijvers, rietoevers en stuwmeren, en in de winter ook brakke lagunes, havens, rotskusten en mangroven. Broedt in een zelf gegraven gang in een steile, zandige of lemige oeverwand. Zit op een tak, paal of rotsblok laag boven het water en duikt loodrecht naar visjes; bidt soms kort.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Broedt schaars in het noorden van Marokko, Noord-Algerije en Tunesië, langs rivieren als de Sebou en de Medjerda; in de winter verspreid tot in de oases aan de noordrand van de Sahara. In Libië vooral wintergast langs de kust. In Egypte talrijke wintergast langs de Nijl, in de delta, de Fayoum en langs het Suezkanaal. In de Levant (Israël, Libanon, Syrië) en in Irak broedt hij plaatselijk en is hij in de winter talrijker, met veel vogels in de moerassen van Zuid-Irak. Op het Arabisch Schiereiland wintergast en doortrekker: geregeld langs de Golfkust van Koeweit, Saoedi-Arabië, Bahrein, Qatar en de Emiraten, in Oman tot in Dhofar, en schaars in West-Saoedi-Arabië en Jemen. Daarbuiten broedt hij van Europa en Noordwest-Afrika door Centraal-Azië tot Japan, Zuid- en Zuidoost-Azië en Nieuw-Guinea.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter is een rustige visvijver of irrigatiekanaal in de Nijldelta of de Jordaanvallei een goede plek; op de Golfkust zitten ze opvallend vaak op stenen pieren en golfbrekers. Luister naar het hoge fluitje en kijk dan laag langs de oever: de vogel vliegt vaak al weg voordat je hem zag zitten.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De kleine broedpopulaties in Noord-Afrika en de Levant lijden onder kanalisatie, vervuiling en het droogvallen van rivieren door wateronttrekking; strenge winters in Europa kunnen het aantal wintergasten flink doen schommelen.

Wetenschappelijke naam

Alcedo atthis | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Gracula Atthis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Alcedo werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Alcedo is het Latijnse woord voor 'ijsvogel'. atthis verwijst naar Atthis, een jonge vrouw van Lesbos en gunstelinge van de dichteres Sappho. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.