Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Arendbuizerd
Arendbuizerd | Buteo rufinus
Long-Legged Buzzard | Busardo moro
De arendbuizerd is de buizerd van de steppen, woestijnranden en droge bergen: een grote, langvleugelige buizerd met een lichte, oranjebruine staart, die van Marokko tot Arabië de meest geziene roofvogel van open, droog land is. In de Maghreb leeft de kleinere vorm cirtensis, in de Levant en Arabië broedt de nominaatvorm en overwinteren vogels uit Centraal-Azië.
Geluid
Buiten het territorium vrijwel stil. Bij het nest een langgerekt, klagend pieeeh-a, korter, lager en schorrer dan het miauwen van de buizerd.
Opname: Mischa Keijmel — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
50–65 cm, spanwijdte 126–155 cm; de Noord-Afrikaanse cirtensis is kleiner, ongeveer zo groot als een buizerd. Groter en forser dan een buizerd, met lange, brede vleugels, een lange arm en een kop die duidelijk uitsteekt; zweeft met de vleugels in een duidelijke V. Het gewone lichte type heeft een roomwitte tot okerbruine kop en borst, een donker roodbruine buik en broek, een grotendeels witte ondervleugel met grote zwarte polsvlekken en een donkere achterrand, en van boven een bleek veld aan de basis van de handpennen. De staart van de volwassen vogel is egaal licht oranjebruin tot wittig zonder banden. Er zijn ook roodbruine en geheel donkere vogels, met een gebandeerde staart. De jonge vogel heeft een fijn gebandeerde, lichte staart en een minder scherpe buikvlek.
Verwarringssoorten
De buizerd (Buteo buteo), vooral de roodbruine steppebuizerd, lijkt sterk maar is kleiner en compacter, met kortere armen en een fijn gebandeerde staart met donkere eindband. De ruigpootbuizerd (Buteo lagopus) heeft een witte staart met een scherpe zwarte eindband. Donkere arendbuizerds kunnen op een donkere dwergarend (Hieraaetus pennatus) lijken, maar die heeft lichte schouderplekken, een lichte bovenstaart en zweeft met vlakke vleugels. Jonge steppearenden (Aquila nipalensis) zijn veel groter, met een witte vleugelband.
Leefgebied
Open, droog land: steppen, halfwoestijnen, steenwoestijnen met wadi's, rotsige heuvels, berghellingen en kloven, en akkerland aan de woestijnrand. Het nest ligt op een rotsrichel, in een boom of op een hoogspanningsmast. Jaagt op knaagdieren, zoals gerbils en woestijnratten, hagedissen, slangen en grote insecten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Marokko een algemene standvogel van de Rif en de Atlas tot de Anti-Atlas en de Sahara-randen, zuidelijk tot in West-Sahara; ook wijdverspreid in Algerije en Tunesië, vooral in de hoogvlakten en aan de rand van de Sahara, en in het noorden van Libië. In Egypte broedt hij verspreid in de woestijnen, de Sinaï en langs de Nijlvallei, en is hij een wintergast. In de Levant broedt hij in Israël (vooral de Negev, de Judese woestijn en het noorden), Jordanië, Syrië, Libanon en Irak; in de winter komen er veel vogels uit Turkije en Centraal-Azië bij. In Arabië broedt hij in het noorden en midden van Saoedi-Arabië en plaatselijk in Koeweit; in de winter wijdverspreid tot in de Emiraten, Oman en Jemen. Daarbuiten van Zuidoost-Europa en Turkije tot Centraal-Azië, Pakistan en Mongolië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In Marokko zie je hem langs elke weg door de steppe, zittend op een paal of mast, bijvoorbeeld tussen Boumalne-du-Dadès en Merzouga. In Israël is de Negev in de winter de beste plek; let op de lichte, ongebandeerde staart als de vogel opvliegt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; in Zuidoost-Europa en de Maghreb neemt hij zelfs toe. Plaatselijk slachtoffer van elektrocutie op slecht ontworpen stroommasten, waarop hij graag zit, en van vergiftigde knaagdieren in de landbouw.
Wetenschappelijke naam
Buteo rufinus | (Cretzschmar, 1829)
Cretzschmar beschreef de soort in 1829 als Falco rufinus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. rufinus is Latijn voor 'roodachtig', van rufus 'rood', naar het roestbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Boven-Nubië in Soedan.


