Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Buizerd
Buizerd | Buteo buteo
Common Buzzard | Busardo ratonero
De buizerd is in het gebied vooral bekend als steppebuizerd (B. b. vulpinus), de kleine, vaak roodbruine oostelijke vorm die in het voorjaar in honderdduizenden door de Riftvallei van Eilat en de Jordaanvallei naar het noorden trekt. Als broedvogel is hij in het gebied schaars; in de Maghreb neemt de arendbuizerd zijn plaats in.
Geluid
Een ver dragend, klagend miauwen, pieeee-joew, aan het eind wegzakkend; vooral bij het nest. Trekkers zijn meestal stil.
Opname: Olivier SWIFT — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
46–58 cm, spanwijdte 110–132 cm; de steppebuizerd is gemiddeld kleiner en slanker dan Europese vogels. Compact, met brede, afgeronde vleugels, een korte, brede staart en een kop die weinig uitsteekt; zweeft met de vleugels in een ondiepe V. Het verenkleed varieert sterk, maar meestal zijn er donkere polsvlekken, een lichte band over de borst, een donkere achterrand aan de vleugel en een fijn gebandeerde staart met een donkere eindband. Steppebuizerds zijn vaak warm roodbruin, met een roestrode, nauwelijks gebandeerde staart; er zijn ook donkere en grijsbruine vogels. De jonge vogel mist de brede eindband en is van onderen gestreept in plaats van gebandeerd.
Verwarringssoorten
De arendbuizerd (Buteo rufinus) is groter en langvleugeliger, met een langere kop en een egaal lichte, oranjebruine staart zonder eindband; roodbruine steppebuizerds lijken daar sterk op, dus let op bouw, armlengte en polsvlek. De wespendief (Pernis apivorus) heeft een kleine, koekoeksachtige kop op een lange hals, een langere staart met twee smalle basisbanden en zweeft met vlakke of hangende vleugels. De ruigpootbuizerd (Buteo lagopus) heeft een witte staart met een scherpe zwarte eindband. De lichte dwergarend (Hieraaetus pennatus) heeft zwarte slagpennen en witte ondervleugeldekveren.
Leefgebied
Bosranden en bosjes afgewisseld met open land en akkers. Trekkers volgen de bergruggen, valleien en kustlijnen en rusten in bossen, boomgaarden en dadelpalmtuinen; in de Arava en de Negev in grote aantallen 's avonds in de acacia's. Overwinterende vogels jagen in akkerland en open bos.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
De Levant ligt op een van de grootste roofvogeltrekroutes ter wereld: in het voorjaar trekken bij Eilat jaarlijks tienduizenden tot ruim tweehonderdduizend steppebuizerds door, in sommige jaren nog veel meer, vooral van eind februari tot begin mei. In het najaar trekken ze breder, via de Sinaï, de Golf van Suez en het noorden van Israël en Jordanië; een deel gaat via Bab el-Mandeb in Jemen naar Afrika. In Egypte, Saoedi-Arabië, Jemen en Oman een geregelde doortrekker, schaars ook in de Golfstaten en Irak. In de winter schaars in de Levant, Egypte en Arabië. In de Maghreb een schaarse doortrekker en wintergast via de Straat van Gibraltar; broedgevallen in Noord-Tunesië en Noord-Algerije en in het noorden van de Levant zijn schaars en deels onzeker, mede door verwarring en kruising met de arendbuizerd. Daarbuiten broedt hij in vrijwel heel Europa en ver Siberië in; de steppebuizerd overwintert in Oost- en Zuidelijk Afrika.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Ga eind maart of begin april naar de bergen ten noorden van Eilat: op een goede dag met zuidenwind trekken duizenden steppebuizerds in lange, kolkende stromen over. In het najaar zijn de Suezkust en de Jordaanvallei goede plekken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Trekkers worden in delen van het gebied geschoten en komen om op stroomleidingen en bij windparken langs de Golf van Suez; ook vergif in aas speelt een rol.
Wetenschappelijke naam
Buteo buteo | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Falco Buteo; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Buteo werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Buteo is het Latijnse woord voor een buizerd. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam: het geslacht is bij tautonymie naar deze soort gevormd. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.


