Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Blanfords kortteenleeuwerik
Blanfords kortteenleeuwerik | Calandrella blanfordi
Blanford's Lark | Terrera de Blanford
Blanfords kortteenleeuwerik is een kleine, weinig bekende leeuwerik van het hoogland van Zuidwest-Arabië en de Hoorn van Afrika. De Arabische vogels behoren tot de vorm eremica, die in sommige indelingen als aparte soort, de roodkapleeuwerik, wordt behandeld. Hij is lastig te vinden en voor veel bezoekers aan de Asir een van de lastigste soorten van de reis.
Geluid
De roep is een droog, kort tsjirp, dat lijkt op dat van de kortteenleeuwerik. De zang, vaak in een golvende zangvlucht, bestaat uit korte, herhaalde kwetterende frasen. Over de stem in Arabië is weinig gepubliceerd.
Opname: Bram Piot — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 14 cm, een compacte kortteenleeuwerik met een korte, kegelvormige snavel. Het beste kenmerk is de warm roestrode kruin, die bij goed licht als een kapje afsteekt tegen de lichte wenkbrauwstreep. Bovendelen grijsbruin met donkere strepen, onderdelen wit met een geelbruine borst en flanken en een kleine donkere vlek aan weerszijden van de halszijde. Seksen gelijk. Buiten de broedtijd is het kapje doffer en zijn de vogels lastiger van kortteenleeuweriken te onderscheiden.
Verwarringssoorten
De kortteenleeuwerik (Calandrella brachydactyla) is iets groter en bleker, met een minder egaal rossige kruin, langere tertials en een andere zang; hij trekt in groten getale door hetzelfde gebied. De kleine kortteenleeuwerik (Alaudala rufescens) heeft een gestreepte borst en geen halsvlek. De zangstruikleeuwerik (Mirafra javanica) heeft rossige vleugels en een dikkere snavel.
Leefgebied
Open, stenig of kort begroeid terrein op hoogvlakten en in brede wadi's van het hoogland, kale akkerranden en begraasde graslanden, meestal tussen ongeveer 1800 en 2800 m. Zoekt in droge tijden graag natte plekjes op.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gebied alleen in het hoogland van Zuidwest-Saoedi-Arabië (Asir, onder meer rond Abha en in de Talea-vallei) en het westelijke hoogland van Jemen; lokaal en schaars. Buiten het gebied in Eritrea en Noord-Ethiopië en, als daaroodensis, in Noordoost-Ethiopië en Noord-Somalië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in de zomer in de Asir naar kale, stenige hoogvlakten en akkerranden rond Abha en in de Talea-vallei, en controleer elke kortteenleeuwerik op een roestrood kapje. In de herfst kunnen troepen van tientallen vogels rondzwerven.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Slecht bekend in Arabië; overbegrazing, verstedelijking van het hoogland rond Abha en verandering in de landbouw kunnen plaatselijk drukken.
Wetenschappelijke naam
Calandrella blanfordi | (Shelley, 1902)
Shelley beschreef de soort in 1902 als Tephrocorys blanfordi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calandrella werd in 1829 ingevoerd door Kaup. Calandrella is een verkleinwoord van het Griekse kalandros, de kalanderleeuwerik, dus zoiets als 'kleine kalanderleeuwerik'. blanfordi eert William Thomas Blanford (1832-1905), Brits geoloog en zoöloog. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Senafe in Eritrea.


