Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Blauwvleugeltaling
Blauwvleugeltaling | Spatula discors
Blue-Winged Teal | Cerceta aliazul
Een Amerikaanse zustersoort van de zomertaling die als dwaalgast de Atlantische Oceaan oversteekt. In het gebied duikt hij vrijwel alleen in Marokko op, waar inmiddels meer dan dertig waarnemingen zijn gedaan, soms van twee of meer vogels tegelijk.
Geluid
In het gebied meestal stil. Het mannetje fluit hoog en dun, tsiew; het vrouwtje kwaakt hees en kort.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Klein, met een vrij lange, donkere snavel. Het mannetje heeft een leigrijze kop met een opvallende witte halvemaan voor het oog, een bruinroze, zwart gestippelde onderzijde en een witte vlek op de achterflank voor de zwarte staart. In vlucht tonen beide seksen een helder lichtblauwe voorvleugel met een witte baan erachter en een groene spiegel. Het vrouwtje is warm grijsbruin, met een donkere oogstreep, een gebroken witte oogring, een lichte vlek aan de snavelbasis en gelige tot oranjegele poten.
Verwarringssoorten
Vrouwtjes en eclipsmannetjes lijken sterk op de zomertaling (Spatula querquedula), die een sterker gestreept gezicht met een donkere wangstreep heeft, grijze poten en een dofgrijze in plaats van helderblauwe voorvleugel. De wintertaling (Anas crecca) is kleiner en kortsnaveliger, zonder blauw in de vleugel. Vrouwtjes van de kaneeltaling (Spatula cyanoptera), een verwant uit Amerika die als ontsnapte vogel kan opduiken, zijn warmer bruin en langsnaveliger met een vlakker gezicht.
Leefgebied
Ondiepe zoete plassen, oevers van rivieren en wadi's, overstroomde weilanden, zoutpannen en waterzuiveringsplassen; in Marokko ook de meren en tijdelijke plassen aan de Saharazijde van de Atlas. Zoekt vaak het gezelschap van zomertalingen en wintertalingen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In Marokko meer dan dertig waarnemingen, vooral langs de Atlantische kust (onder meer bij Rabat, Merja Zerga en de monding van de Oued Massa) en verrassend vaak ook in het binnenland, zoals bij Merzouga. Elders in het gebied uitzonderlijk. Broedt in Noord-Amerika van Alaska tot Texas en overwintert van het zuiden van de Verenigde Staten tot het noorden van Zuid-Amerika; zwerft regelmatig naar West-Europa.
Hoe en wanneer kijken
Bekijk in Marokko tussen oktober en april elke groep kleine eenden in de Merja Zerga, aan de Oued Massa en op de plassen rond Merzouga. In vlucht verraadt de helderblauwe voorvleugel de soort, maar die heeft ook de slobeend: let op de veel kleinere bouw.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en een van de talrijkste eenden van Noord-Amerika. In het gebied een dwaalgast die zelf niet uit het gebied afkomstig is; het opvallend hoge aantal Marokkaanse waarnemingen past bij de Atlantische ligging van het land.
Wetenschappelijke naam
Spatula discors | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Anas discors; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Spatula werd in 1822 ingevoerd door Boie. Spatula is Latijn voor 'lepel' of 'spatel', naar de brede, lepelvormige snavel van de slobeend. discors is Latijn voor 'onharmonisch, van elkaar verschillend', letterlijk 'niet van één hart'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Virginia of Carolina.

