Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Bronskopeend
Bronskopeend | Mareca falcata
Falcated Duck | Cerceta de alfanjes
Een Oost-Aziatische verwant van krakeend en smient met een glanzende kop in brons en groen en lange, sikkelvormige tertials die als een sleep over de staart hangen. In het gebied is hij een uitzonderlijke wintergast, waarvan slechts een handvol waarnemingen bekend is in het oostelijk deel.
Geluid
Weinig te horen. Het mannetje fluit laag, gevolgd door een trillend uit-trr; het vrouwtje kwaakt hees, ongeveer als een vrouwtje krakeend.
Opname: Albert Lastukhin — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Iets groter dan een smient, met een donkere, smalle snavel. Het mannetje heeft een kop met een lange, afhangende nekkuif, glanzend koperbrons op de kruin en metaalgroen op de zijkanten, een witte keel met een smalle zwarte halsband, fijn geschubd grijze borst en flanken, en zwart-grijze sikkelvormige tertials die over de achterkant krullen. Een gele driehoek voor de zwarte staart. Het vrouwtje is donker roodbruin geschubd met een grijzere, ronde kop, een donkere snavel en een donker grijsgroene spiegel met een smalle witte voorrand.
Verwarringssoorten
Het vrouwtje lijkt op de krakeend (Mareca strepera), die een oranje snavelrand en een witte spiegel heeft, en op de smient (Mareca penelope), die een korte blauwgrijze snavel en een witte buik in een warmer gekleurde onderzijde heeft. Bij een mannetje met afwijkende kleuren moet men aan hybriden en ontsnapte vogels uit gevangenschap denken.
Leefgebied
Zoete meren, moerassen, rivieren en visvijvers; dwaalgasten sluiten zich meestal aan bij groepen smienten of krakeenden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gebied slechts een handvol aanvaarde waarnemingen in het oosten, onder meer in Israël en de Golfstaten; in Noord-Afrika niet met zekerheid vastgesteld. Broedt in Oost-Siberië, Mongolië, Noordoost-China en Noord-Japan en overwintert vooral in China, Japan en Korea, in kleine aantallen tot in Noord-India en Iran.
Hoe en wanneer kijken
Bekijk in de winter groepen smienten en krakeenden in de Jordaan- en Hula-vallei en op de grote plassen van de Golfstaten. Een mannetje valt op door de groene kop met de hangende kuif en de gebogen tertials. Ga bij elke vondst na of er ringen, versleten pennen of andere tekenen van gevangenschap zijn: de soort wordt veel in watervogelcollecties gehouden.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, al is de soort lange tijd als gevoelig aangemerkt door jacht en verlies van wetlands in Oost-Azië. In het gebied een dwaalgast die zelf niet uit het gebied afkomstig is; bij waarnemingen blijft ontsnapping uit gevangenschap altijd een mogelijkheid.
Wetenschappelijke naam
Mareca falcata | (Georgi, 1775)
Georgi beschreef de soort in 1775 als Anas falcata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Mareca werd in 1824 ingevoerd door Stephens. Mareca gaat terug op het Portugese marreco, een woord voor een kleine eend. falcata is Latijn voor 'sikkelvormig', naar de lange gebogen sierveren die bij het mannetje over de staart hangen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit het Baikalmeer.

