Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Bonte stern
Bonte stern | Onychoprion fuscatus
Sooty Tern | Charrán sombrío
Een grote, contrastrijke zeestern van de tropische oceanen, zwart van boven en wit van onder, die buiten de broedtijd vrijwel ononderbroken op de wieken is. In het gidsgebied broedt hij op enkele afgelegen eilanden in het zuiden van de Rode Zee, de Golf van Aden en voor de kust van Oman; elders is hij een zeldzame gast, soms na stormen.
Geluid
Een luid, nasaal ker-wacki-wack of wide-awake, dat zowel in de kolonie als op zee, ook 's nachts, te horen is.
Opname: AUDEVARD Aurélien — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Bovendelen, vleugels en staart zwartachtig, onderdelen helder wit. De zwarte kap loopt door tot de snavel; de witte voorhoofdsvlek is breed en reikt slechts tot boven het oog, niet erachter. Zwarte snavel en poten. Diep gevorkte staart met witte buitenste pennen. Van onderen zijn de handpennen donker, wat een donkere achterrand aan de ondervleugel geeft. Jonge vogels zijn heel anders: grotendeels roetbruin met witte stippels op mantel en vleugels, en alleen de onderbuik en onderstaartdekveren lichter. Vliegt met diepe, soepele slagen, vaak hoog boven zee.
Verwarringssoorten
De brilstern (Onychoprion anaethetus) is kleiner en slanker, met een grijsbruine in plaats van zwarte mantel die contrasteert met de zwarte kap, een lichte nekband en een smalle witte voorhoofdsvlek die tot achter het oog doorloopt. Jonge bonte sterns kunnen op een noddy (Anous stolidus) lijken, maar hebben een gevorkte staart, witte stippels en een lichte buik.
Leefgebied
Open, warme zee, vaak ver uit de kust; jaagt in groepen boven scholen tonijn en dolfijnen, waarbij hij visjes van het oppervlak pikt zonder te duiken. Broedt in dichte kolonies op kale of schaars begroeide zand- en koraaleilanden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Broedt in de zomer op een klein aantal eilanden: in het zuiden van de Rode Zee voor de kust van Jemen en Saoedi-Arabië, in de Golf van Aden en in de Arabische Zee voor de kust van Oman, onder meer in de Hallaniyat-archipel. Buiten de broedtijd trekken de vogels de Indische Oceaan op. Zeldzame gast in de noordelijke Rode Zee (Egypte, Golf van Akaba), met enkele waarnemingen in Eilat, en in de Golf van Oman en de Perzische Golf: in de Emiraten tot 2022 ongeveer 25 gevallen, vaak na zomerstormen. Uitzonderlijk aan de Middellandse Zee en de Atlantische kust van Marokko, als dwaalgast uit de Atlantische Oceaan. Daarbuiten broedt hij op tropische eilanden in alle oceanen, van het Caribisch gebied tot de Pacific en Australië.
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Broedkolonies zijn moeilijk bereikbaar en worden beter niet bezocht. Zeetochten in de Arabische Zee voor Mirbat en Salalah in de zomer, tijdens de moesson, geven de beste kans; zoek de vogels in gemengde groepen boven jagende tonijn.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en een van de talrijkste zeevogels ter wereld. De kleine kolonies in het gebied zijn kwetsbaar voor ingevoerde ratten en katten, het rapen van eieren en verstoring; de aantallen in het gebied zijn slecht bekend.
Wetenschappelijke naam
Onychoprion fuscatus | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Sterna fuscata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Onychoprion werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Onychoprion komt van het Griekse onyx 'nagel, klauw' en prion 'zaag'. fuscatus is Latijn voor 'donker gemaakt', bij fuscus 'donker', naar de roetzwarte bovenzijde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santo Domingo.

