Alle soorten › Steltloperachtigen › Meeuwen en sterns › Brilstern

Brilstern | Onychoprion anaethetus

Bridled Tern | Charrán embridado

De algemeenste zeestern van de Arabische wateren: een slanke, donkere stern met een opvallende witte 'bril' boven het oog. In de zomer broedt hij op talloze eilanden in de Rode Zee, de Perzische Golf, de Golf van Oman en de Arabische Zee; in de winter trekt hij weg naar de open Indische Oceaan.

Brilstern (Onychoprion anaethetus)
Foto: Aviceda — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een hoog, keffend wep-wep of ki-yah, en in de kolonie een raspend kerrr.

Luister: RoepXC1069484

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Mantel en vleugels donker grijsbruin, staart grijsbruin met witte buitenste pennen, onderdelen wit. Zwarte kap met een smalle witte voorhoofdsvlek die als een wenkbrauw tot achter het oog doorloopt; de zwarte teugelstreep is smal. Een lichtgrijze nekband scheidt kap en mantel. Snavel en poten zwart. Diep gevorkte staart. Jonge vogels hebben een gestreepte, lichtere kap en lichte, schubachtige veerranden op de bovendelen. Vliegt licht en buigzaam, vaak laag over zee, en rust graag op drijvend wier, boeien en touwen.

Verwarrings­soorten

De bonte stern (Onychoprion fuscatus) is groter en forser, met zwarte, niet bruingrijze bovendelen zonder contrast met de kap, geen lichte nekband en een bredere witte voorhoofdsvlek die niet achter het oog doorloopt. De Arabische stern (Sterna repressa) en de visdief (Sterna hirundo) zijn veel lichter grijs van boven.

Leefgebied

Warme kustwateren en open zee. Broedt in losse kolonies op rotsige en zandige eilanden en koraaleilandjes, met het nest verborgen onder een struik, in een rotsspleet of onder een overhangende koraalrichel. Foerageert ver op zee, vaak in groepen bij drijvend wier en boven scholen visjes.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Een talrijke zomergast in de Rode Zee: broedt op eilanden langs de Egyptische kust (onder meer Siyal, Ashrafi en Magawish, met honderden paren), in de Golf van Akaba en langs de Saoedische, Jemenitische en Eritrese kust. In de Perzische Golf broedt hij op eilanden voor Koeweit (Kubbar, Qaru, Umm al-Maradim), Saoedi-Arabië, Bahrein, Qatar en de Emiraten; verder in de Golf van Oman (Daymaniyat-eilanden) en langs de Arabische Zee van Oman, bij Socotra en in de Golf van Aden. In Israël zeldzaam bij Eilat. Van oktober tot april vrijwel afwezig. Dwaalgast aan de Middellandse Zee. Daarbuiten broedt hij in de tropische Atlantische Oceaan, de Indische Oceaan en de westelijke Pacific.

  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Een boottocht naar de Daymaniyat-eilanden bij Muscat in juni en juli levert honderden brilsterns op, samen met Arabische sterns. In Koeweit zijn ze in de zomer volop te zien bij Kubbar; vanaf de veerboot tussen de Egyptische Sinaï en Hurghada passeren ze geregeld.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In de Golf en de Rode Zee zijn de kolonies op veel plaatsen kwetsbaar door verstoring van eilanden door recreatie, het rapen van eieren, olievervuiling en ingevoerde ratten; waar eilanden beschermd zijn, zoals in Koeweit en Oman, zijn de aantallen stabiel of toegenomen.

Wetenschappelijke naam

Onychoprion anaethetus | (Scopoli, 1786)

Scopoli beschreef de soort in 1786 als Sterna Anaethetus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Onychoprion werd in 1832 ingevoerd door Wagler. Onychoprion komt van het Griekse onyx 'nagel, klauw' en prion 'zaag'. anaethetus gaat terug op het Griekse anaisthētos en betekent 'gevoelloos, onnozel'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Panay op de Filipijnen.