Alle soorten › Zangvogels › Kwikstaarten en piepers › Boskwikstaart

Boskwikstaart | Dendronanthus indicus

Forest Wagtail | Lavandera forestal

De boskwikstaart is een Oost-Aziatische bosvogel die als enige kwikstaart zijn staart niet op en neer, maar zijwaarts heen en weer zwaait. In het gidsgebied is hij een zeldzame wintergast: vrijwel elk jaar overwinteren er een of enkele in schaduwrijke parken en tuinen van de Golfstaten, vooral in Abu Dhabi.

Boskwikstaart (Dendronanthus indicus)
Foto: E. W. Lewis — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een scherp, metaalachtig pink of dubbel pink-pink, vaak bij het opvliegen. De zang, op de winterplaats zelden te horen, is een herhaald, zagend dzje-dzje-dzje.

Luister: ZangXC1142721

Opname: Jiahua X. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–18 cm. Een slanke, vrij kortstaartige kwikstaart met olijfbruine bovendelen, een smalle witte wenkbrauwstreep en een donker oog. De vleugel is zwartbruin met twee brede, gelig witte vleugelbanden en een lichte vlek op de armpennen, zodat de vleugel zwart-wit gebandeerd oogt. De onderzijde is wit met een opvallende dubbele zwarte borstband: een brede band over de bovenborst en een smallere, vaak onderbroken band daaronder, die als een omgekeerde T aan de eerste vastzit. De poten zijn vleeskleurig. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een vagere, onvolledige onderste borstband. In de vlucht vallen de gebandeerde vleugels en de witte buitenste staartpennen op.

Verwarrings­soorten

Geen andere kwikstaart of pieper in het gebied combineert een olijfbruine rug met zo sterk gebandeerde vleugels en een dubbele zwarte borstband. Een witte kwikstaart heeft een grijze rug en één zwart borstschild, en de boompieper (Anthus trivialis) en de Siberische boompieper (Anthus hodgsoni), die dezelfde beschaduwde grasvelden onder bomen gebruiken, zijn gestreept en hebben geen borstband. Het zijwaartse staartzwaaien is al op afstand kenmerkend.

Leefgebied

Op de winterplaatsen beschaduwde grasvelden en strooisellagen onder bomen: oude parken, paleistuinen, boomgaarden en beplantingen met dichte bladerdaken, waar hij rustig over de grond loopt en tussen het blad naar insecten zoekt. Vliegt bij verstoring een tak in. In het broedgebied open loofbos, bosranden en bomenrijen langs beken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In de Verenigde Arabische Emiraten een zeldzame maar bijna jaarlijkse wintergast sinds de jaren negentig, met meer dan een dozijn gevallen en terugkerende overwinteraars in Abu Dhabi (Mushrif Palace Gardens), verder ook in particuliere tuinen in het binnenland en op het eiland Dalma. Daarnaast enkele gevallen in Oman en Koeweit (november 2006 en december 2020); elders aan de Golf hooguit dwaalgast. Daarbuiten broedt de soort in het oosten van China, Korea, het zuidoosten van Rusland en Japan, en overwintert hij in India, Sri Lanka en Zuidoost-Azië tot Indonesië.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De best gedocumenteerde plek is een groot oud park met bomen en grasvelden in Abu Dhabi, van november tot maart. Zoek in de schaduw onder de bomen naar een kwikstaart die geruisloos over de grond loopt en met de staart zijwaarts zwiept; het korte pink verraadt hem vaak voordat je hem ziet. Volg de lokale waarnemingsberichten.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gebied een zeldzame wintergast uit Oost-Azië: in de Verenigde Arabische Emiraten sinds de jaren negentig vrijwel jaarlijks, in Oman en Koeweit slechts enkele keren vastgesteld.

Wetenschappelijke naam

Dendronanthus indicus | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Motacilla indica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Dendronanthus werd in 1844 ingevoerd door Blyth. Dendronanthus is Grieks, van dendron 'boom' en Anthus 'pieper': een boompieper. indicus is Latijn voor 'Indisch', naar India. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit India.