Alle soorten › Pelikaanachtigen › Ibissen en lepelaars › Heilige ibis

Heilige ibis | Threskiornis aethiopicus

African Sacred Ibis | Ibis sagrado

De heilige vogel van het oude Egypte, die als mummie bij honderdduizenden in de tempels werd bijgezet, broedt sinds de negentiende eeuw niet meer langs de Nijl. In het gidsgebied leeft hij nu in twee gedaanten: als inheemse broedvogel in de moerassen van Zuid-Irak en aan de Rode Zeekust van Jemen, en als verwilderde ontsnapte vogel in Israël en de Golfstaten.

Heilige ibis (Threskiornis aethiopicus)
Foto: A. Davey from Where I Live Now: Pacific Northwest — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil. In kolonies en bij ruzies een hees, kreunend en piepend gekras.

Luister: VluchtroepXC1173576

Opname: African Bioacoustics Community — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Groot en wit, met een kale zwarte kop en hals en een lange, dikke, neergebogen zwarte snavel. De verlengde zwarte tertials hangen als een donkere pluim over de staart. In vlucht wit met een smalle zwarte achterrand aan de vleugel; onder de vleugel loopt een rood getinte kale huidstreep. Poten zwart. Jonge vogels hebben een bevederde, wit gevlekte zwartachtige kop en hals en minder zwart in de vleugel.

Verwarrings­soorten

Met de zwarte kop en hals op een wit lichaam nauwelijks te verwarren. De ooievaar (Ciconia ciconia) is veel groter, met rode snavel en poten en zwarte vleugels. De lepelaar (Platalea leucorodia) is geheel wit met een rechte lepelsnavel. Jonge vogels kunnen aan een zwarte ibis (Plegadis falcinellus) doen denken, maar hebben een licht lichaam.

Leefgebied

Moerassen, rivieroevers, kustlagunes, getijdenvlakten en mangroven; ook akkers, vuilnisbelten, rioolwaterplassen, visvijvers, dierentuinen en stadsparken. Een alleseter die insecten, kreeftjes, kikkers, eieren en jongen van andere vogels en afval eet. Broedt in kolonies in bomen, struiken of op eilandjes, vaak met reigers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

Inheems in de moerassen van Zuid-Irak (onder meer de Hawizeh-moerassen), waar een kleine, teruglopende populatie broedt, en aan de Rode Zeekust van Jemen, waar hij op eilandjes en bij Hodeidah en Aden broedt; bezoekt ook de kust van Zuidwest-Saoedi-Arabië en is een dwaalgast op Socotra. In Egypte was hij tot in het begin van de negentiende eeuw algemeen, maar rond 1850 verdwenen; latere waarnemingen gaan om dwaalgasten of ontsnapte vogels. Verwilderde populaties, afkomstig uit dierentuinen en vogelparken en niet uit het gidsgebied zelf, broeden sinds de jaren negentig in Israël (kustvlakte en Hula-vallei) en in de Verenigde Arabische Emiraten, vooral rond Dubai en Abu Dhabi, met losse vogels en kleine groepen in Bahrein, Qatar en Oman. Daarbuiten van nature in Afrika ten zuiden van de Sahara; verwilderd in onder meer Frankrijk, Italië, Spanje en Taiwan.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de Emiraten is hij vrijwel zeker te zien in parken, op rioolwaterplassen en bij Ras al Khor in Dubai. In Israël foerageren groepen op de vuilnisbelten en visvijvers van de kustvlakte en de Hula-vallei. Inheemse vogels zijn het best te zoeken langs de Tihama-kust van Jemen en in de moerassen van Zuid-Irak.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. De kleine inheemse populatie in Irak is kwetsbaar door drooglegging en verdroging van de moerassen. De verwilderde populaties in Israël en de Golfstaten groeien en worden, net als in Europa, als invasief beschouwd omdat ze kolonies van andere watervogels plunderen.

Wetenschappelijke naam

Threskiornis aethiopicus | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Tantalus aethiopicus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Threskiornis werd in 1842 ingevoerd door Gray. Threskiornis is Grieks, van thrēskos 'godsdienstig' en ornis 'vogel', naar de verering van de ibis in het oude Egypte. aethiopicus betekent 'Ethiopisch'; bij de klassieke schrijvers stond die naam voor Afrika bezuiden Egypte. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.