Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Roodstuitzwaluw
Roodstuitzwaluw | Cecropis rufula
Western Red-Rumped Swallow | Golondrina dáurica occidental
De roodstuitzwaluw is de zwaluw van kloven, bruggen en duikers in de Maghreb en de Levant, herkenbaar aan zijn roestige stuit en nekband en zijn vlakke, zwevende vlucht. Volgens AviList is hij de westelijke helft van de vroegere roodstuitzwaluw in ruime zin; de Aziatische vogels vormen nu de oostelijke roodstuitzwaluw.
Geluid
De roep is een kort, nasaal kvitsj of djuit, harder en minder helder dan bij de boerenzwaluw; bij onraad een scherp kiir. De zang is een korte, krassende kwetter, trager en lager dan die van de boerenzwaluw.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
16–18 cm, inclusief de lange buitenste staartpennen. Bovendelen glanzend blauwzwart, met een roestoranje nekband die de kop van de mantel scheidt en een bleke, roestig getinte stuit die in vlucht als een lichte band opvalt. Wangen en wenkbrauw roestkleurig. De onderdelen zijn warm okerbeige met fijne, dunne donkere streepjes, die alleen van dichtbij te zien zijn. De onderstaartdekveren zijn gitzwart, zodat de staart lijkt ‘afgeknipt’ van het lichaam; witte staartvlekken ontbreken. Jonge vogels zijn doffer, met kortere staartspiesen en een blekere stuit. Vliegt trager en meer zwevend dan de boerenzwaluw, vaak met licht omhoog gehouden vleugels.
Verwarringssoorten
De boerenzwaluw (Hirundo rustica) heeft een donkerrode keel met een blauwzwarte borstband, witte staartvlekken en een donkere stuit. De huiszwaluw (Delichon urbicum) heeft een zuiverwitte stuit en onderzijde en een korte gevorkte staart. De oostelijke roodstuitzwaluw (Cecropis daurica), een mogelijke dwaalgast uit Azië, is zwaar en breed gestreept op de onderzijde, met een gestreepte stuit en vaak een onderbroken nekband; het verschil is gradueel en vraagt goede foto's.
Leefgebied
Open, warm en vaak heuvelachtig terrein met rotswanden, kloven en wadi's, en daarnaast cultuurland, dorpen en wegen met bruggen en duikers. Bouwt een kolfvormig moddernest met een lange ingangstunnel tegen het plafond van een grot, een overhang, een brug of een verlaten gebouw. Jaagt op vliegende insecten, vaak laag boven hellingen en water.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Broedt in Marokko verspreid van de Rif en de Atlantische kustvlakte door de Midden- en Hoge Atlas tot de Anti-Atlas, in Noord-Algerije en Noord-Tunesië, en plaatselijk in Noordwest-Libië. In het oosten broedt hij in Israël, Samaria en Judea, Libanon, Syrië, Jordanië en Noord-Irak. Op doortrek, vooral in maart – april en september – oktober, verschijnt hij in de oases van de Sahara, in Egypte (vooral de Sinaï en de Nijlvallei) en schaars in Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Daarbuiten broedt hij van het Iberisch Schiereiland en Zuid-Europa door Turkije en de Kaukasus tot Iran en Centraal-Azië, en overwintert hij in Afrika ten zuiden van de Sahara.
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In het voorjaar een van de eerste zomergasten: in Marokko vanaf februari bij de bruggen en kloven van de Atlas, zoals de Todra- en Dadèskloof. Kijk onder bruggen en in duikers naar het kenmerkende tunnelnest.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd; de soort heeft zich in de vorige eeuw in Zuid-Europa noordwaarts uitgebreid. De IUCN-beoordeling betreft nog de roodstuitzwaluw in ruime zin, inclusief de oostelijke soort. De grens tussen beide soorten in Iran en Centraal-Azië is nog niet goed bekend.
Wetenschappelijke naam
Cecropis rufula | (Temminck, 1835)
Temminck beschreef de soort in 1835 als Hirundo rufula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cecropis werd in 1826 ingevoerd door Boie. Cecropis komt van het Griekse Kekropis 'Atheense vrouw'. rufula komt van het Latijnse rufulus 'roodachtig', naar de rossige kleur. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Egypte.


