Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Spaanse keizerarend

Spaanse keizerarend | Aquila adalberti

Spanish Eagle | Águila imperial ibérica

De Spaanse keizerarend is een grote, donkere arend die vrijwel alleen in het Iberisch Schiereiland broedt. Hij broedde vroeger ook in Noord-Marokko; nu steken vooral jonge vogels uit Spanje de Straat van Gibraltar over en overwinteren in Marokko, met name in de vlakten rond Guelmim en Tan-Tan.

Spaanse keizerarend (Aquila adalberti)
Foto: José Antonio Lagier Martin — CC BY 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil buiten het broedgebied. Een rauw, blaffend ouk-ouk-ouk, vooral bij het nest.

Luister: VluchtroepXC973531

Opname: João Tomás — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

72–85 cm, spanwijdte 180–210 cm. De volwassen vogel is zwartbruin met een lichte, roomgele kruin en nek, witte schoudervlekken en een opvallend witte voorrand aan de vleugel, die in vlucht als een witte lijn langs de armvleugel zichtbaar is. De staart is lichtgrijs met een brede donkere eindband. In vlucht lange, brede, vlak gehouden vleugels en een vrij lange, rechte staart. De jonge vogel is ongestreept warm roestbruin tot rozig zandkleurig, met donkere slagpennen, lichte vleugelstrepen langs de grote dekveren, een licht venster in de binnenste handpennen en een lichte onderrug; in de loop van enkele jaren wordt hij vlekkerig donkerder.

Verwarrings­soorten

De keizerarend (Aquila heliaca) mist de witte voorrand van de vleugel, en de jonge vogel is duidelijk gestreept op borst en dekveren. De steenarend (Aquila chrysaetos) heeft een langere staart, houdt de vleugels in een V en heeft als jonge vogel witte vlekken in vleugel en staart. De jonge havikarend (Aquila fasciata) is ook roestkleurig, maar veel slanker en kleiner, met een lange, fijn gebandeerde staart. De verdwenen Marokkaanse savannearend (Aquila rapax) lijkt op een jonge Spaanse keizerarend, maar is kleiner en mist de duidelijke vleugelstrepen; oude meldingen van savannearenden betroffen mogelijk deze soort.

Leefgebied

In Marokko open, droge vlakten met verspreide bomen of masten: stenige halfwoestijn en steppe, akkerland en weidegebieden met veel konijnen, hazen of knaagdieren. Gebruikt hoogspanningsmasten als uitkijkpost en rustplaats. In Spanje broedt hij in open bos met kurk- en steeneiken (dehesa) en in vlakke landbouwgebieden met verspreide bomen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Verspreiding en trek

In Marokko broedde de soort tot in de eerste helft van de twintigste eeuw in het noorden; daarna zijn alleen nog broedgevallen uit 1991 en 1995 bekend. Tot in de jaren 2000 gold hij als dwaalgast, maar sinds 2008 steken bijna elk jaar jonge vogels de Straat van Gibraltar over, en sinds minstens 2006 overwinteren er regelmatig vogels in de noordwestelijke Sahara, vooral tussen Guelmim en Tan-Tan. Met een zender uitgeruste jonge vogels uit Andalusië verspreidden zich over heel Marokko; de meeste keren binnen een jaar terug, maar er zijn ook twee- tot driejarige vogels gezien die oud genoeg zijn om te broeden. Uit Algerije en Tunesië geen recente gevallen bekend. Daarbuiten alleen in Spanje en Portugal, met de kern in het zuidwesten en midden van Spanje.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in de winter in de vlakten tussen Guelmim en Tan-Tan de masten van de elektriciteitsleidingen af. In het najaar kunnen jonge vogels na de oversteek ook in het noorden opduiken, rond Jbel Moussa en Tanger. Let bij elke grote roestbruine arend op ongestreepte onderdelen en lichte vleugelstrepen.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar. Na een dieptepunt van enkele tientallen paren in de jaren zestig heeft de Spaanse stand zich door bescherming sterk hersteld. Elektrocutie is de grootste hindernis voor herkolonisatie van Marokko: bij een onderzoek in 2016 in Zuidwest-Marokko werden minstens vier geëlektrocuteerde Spaanse keizerarenden gevonden. Ook lage prooidichtheid en vervolging spelen een rol.

Wetenschappelijke naam

Aquila adalberti | Brehm, 1861

Brehm beschreef de soort in 1861 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Aquila werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Aquila is Latijn voor 'arend', mogelijk van aquilus 'donker van kleur'. adalberti eert prins Adalbert van Beieren (1828–1875). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Spanje.