Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Waterhoen
Waterhoen | Gallinula chloropus
Eurasian Moorhen | Gallineta común
De algemeenste ral van het gebied, die bijna overal te vinden is waar zoet water met wat oeverbegroeiing ligt: van de kanalen van de Nijldelta tot een vijver in een oase of een waterzuivering midden in Arabië. Hij is in het gebied flink toegenomen met de aanleg van stuwmeren, irrigatie en waterzuiveringsvijvers.
Geluid
Een plots, hard en borrelend kurruk of krrrek, vaak uit de oeverbegroeiing, en een scherp kik-kik-kik bij onrust. 's Nachts in de broedtijd soms een herhaald kek in vlucht.
Opname: Roger Ahlman — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Leikleurig zwartachtig met een olijfbruine rug, een rood voorhoofdsschild en een rode snavel met gele punt. Een witte streep langs de flank en witte onderstaartdekveren met zwart midden, goed zichtbaar wanneer hij met de staart wipt. Poten geelgroen met een rode 'kousenband' en lange tenen zonder lobben. Juvenielen zijn grijsbruin met een bleke keel, een witachtige flankstreep en een dofgroene snavel.
Verwarringssoorten
De meerkoet (Fulica atra) is groter en geheel zwart, met een witte snavel en wit voorhoofdsschild. Een juveniel waterhoen kan verward worden met de waterral (Rallus aquaticus), die een lange snavel en gebandeerde flanken heeft, of met porseleinhoen (Porzana porzana), dat kleiner en wit gestippeld is. De witborstwaterhoen (Amaurornis phoenicurus) heeft een wit gezicht en een witte borst.
Leefgebied
Allerlei zoete wateren met oeverbegroeiing: kanalen, irrigatiesloten, rivieroevers, vijvers in oases en parken, visvijvers, stuwmeren en waterzuiveringsvijvers, ook in steden. Foerageert zwemmend en lopend op oevers en grasvelden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
Standvogel in Marokko, Noord-Algerije, Tunesië en de kust van Libië, in de Nijldelta, -vallei en Fayoum en in de oases van Egypte, in de Levant, Syrië en Irak. Op het Arabisch Schiereiland plaatselijk standvogel, sterk toegenomen dankzij kunstmatig water: in Saoedi-Arabië (onder meer bij Riyad en in Asir), Jemen, Oman, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, Qatar en Koeweit. In de winter komen er vogels uit Europa bij, vooral in het noorden. Verder bijna wereldwijd in de Oude Wereld, van Europa en Afrika tot Zuid- en Oost-Azië.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Elke waterzuivering, parkvijver of oase met een rietrandje kan een waterhoen herbergen. In de Arabische woestijn is hij een goede maatstaf voor het water: waar hij broedt, is het water permanent. Let op de jongen in de zomer, die een bruine verschijning hebben en vaak voor andere rallen worden aangezien.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd en in het gebied op veel plaatsen toegenomen dankzij irrigatie en kunstmatig water. Plaatselijk lijdt hij onder vervuiling en het dempen van kanalen en sloten in de Nijldelta.
Wetenschappelijke naam
Gallinula chloropus | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Fulica Chloropus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Gallinula werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Gallinula is Latijn voor 'hoentje', een verkleinwoord van gallina 'hen'. chloropus is Grieks, van khlōros 'groen' en pous 'voet', naar de groengele poten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Engeland.


