Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Witruggier
Witruggier | Gyps africanus
White-Backed Vulture | Buitre dorsiblanco africano
De witruggier is een gier van de Afrikaanse savannen ten zuiden van de Sahara, die in het gebied als zeldzame gast opduikt. Sinds de eerste waarneming in 2014 worden steeds vaker vogels gezien in Noord-Marokko, waar ze met Rüppells gieren en vale gieren uit de Sahel meetrekken naar de Straat van Gibraltar en soms door naar Spanje.
Geluid
Stil; bij kadavers krassend, sissend en kakelend gekrijs.
Opname: Ehren Eksteen — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
80–98 cm, spanwijdte 196–225 cm. Een middelgrote Gyps-gier, kleiner en compacter dan de vale gier, met een lange, kale, grijszwarte hals en een zwarte snavel. De volwassen vogel is egaal licht bruingrijs met een witte onderrug die in vlucht van boven opvalt, en van onderen witte ondervleugeldekveren die scherp afsteken tegen de zwarte slagpennen. De jonge vogel, die in Noord-Afrika het meest wordt gezien, is donkerbruin met smalle lichte strepen op de onderdelen en de ondervleugel, en heeft nog geen witte rug.
Verwarringssoorten
De vale gier (Gyps fulvus) is groter, warm zandbruin, met een lichte kraag en bij de volwassen vogel een lichte snavel. Rüppells gier (Gyps rueppelli) is ongeveer even groot, maar de volwassen vogel oogt geschubd door lichte veerzomen, heeft een geelachtige snavel en in vlucht smalle witte banden over de ondervleugel. Jonge vogels van de drie soorten zijn lastig; let bij de witruggier op de kleinere bouw, de kortere staart en de fijne lichte streping, en leg de vogel zo mogelijk vast op foto.
Leefgebied
In het Afrikaanse areaal open acaciasavanne en bebost grasland met grote hoefdieren; nestelt in hoge bomen. In Noord-Marokko gezien boven heuvels en bergruggen langs de Straat van Gibraltar, bij voederplaatsen en in groepen vale gieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de leefgebieden van Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
Verspreiding en trek
In het gebied een zeldzame doortrekker in Noord-Marokko, elders dwaalgast. In Marokko de eerste waarneming in mei 2014 bij Tétouan, daarna meermaals bij Jbel Moussa en elders in het noorden, en ook in de Tafilalt; in mei 2024 werden bij Jbel Moussa minstens vier vogels met een zender uitgerust. In Israël één vogel in mei 2021 in de Beit Sheanvallei en de Hula-omgeving. Uit Egypte alleen oude museumexemplaren uit de Nijlvallei. Broedt in de Sahel en de savannen van West-, Oost- en Zuidelijk Afrika.
- Jaarrond
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zoek in mei – juni en in september bij Jbel Moussa tussen de groepen vale gieren en Rüppells gieren die de oversteek naar Spanje afwachten. Fotografeer de ondervleugel en de rug: alleen zo is een jonge vogel betrouwbaar op naam te brengen.
Staat van instandhouding
Ernstig bedreigd. In heel Afrika in enkele decennia met meer dan 90 % afgenomen door vergiftiging, de handel in lichaamsdelen voor traditionele geneeskunde, elektrocutie en verlies van leefgebied. De waarnemingen in Noord-Afrika horen bij de noordwaartse uitzwerving van gieren uit de Sahel; verzwakte vogels worden opgevangen in het gierenopvangcentrum bij Jbel Moussa.
Wetenschappelijke naam
Gyps africanus | Salvadori, 1865
Salvadori beschreef de soort in 1865 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Gyps werd in 1809 ingevoerd door De Savigny. Gyps is het Griekse gups 'gier'. africanus is Latijn voor 'Afrikaans'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sennar, Soedan.

