Alle soorten › Genten en aalscholvers › Slangenhalsvogels

Slangenhalsvogels | Anhingidae

Darters | Aningas

Een kleine familie van vier soorten in tropische en subtropische zoete wateren. In dit gebied komt de Afrikaanse slangenhalsvogel voor. Hij lijkt op een aalscholver met een slanker lichaam, een lange, waaiervormige staart en een zeer lange, dunne hals. Tussen de achtste en negende halswervel zit een bijzonder scharnier. Samen met een pees-en-spierconstructie laat dat de gebogen hals als een veer naar voren schieten. Met de rechte, dolkscherpe snavel spiest de vogel zo onder water een vis. Aan de oppervlakte schudt hij de vis los, gooit hem op en slikt hem met de kop voorop door. Hij zwemt vaak diep weggezonken, met alleen de kronkelende kop en hals boven water, wat de naam verklaart. De veren laten water door, en samen met zware botten vermindert dat het drijfvermogen. Zo kan de vogel onder water langzaam en geruisloos jagen. Daarna moet hij lang op een tak zitten met gespreide vleugels om te drogen en zich in de zon op te warmen. In de vlucht wisselt hij klapwieken af met zweven, en op thermiek cirkelt hij hoog als een kleine roofvogel. Slangenhalsvogels broeden in kolonies in bomen boven het water, vaak samen met aalscholvers en reigers. Mannetjes lokken vrouwtjes met vleugelwuiven en het aanbieden van nestmateriaal. Aan het nest klinken klikkende en krassende geluiden.

Inheemse soorten 1 soort

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Anhinga 1 soort