Alle soorten › Zangvogels › Rotsspringers
Rotsspringers | Chaetopidae
Rockjumpers | Saltarrocas
Een monotypische familie: één geslacht met twee soorten, die samen de hele familie uitmaken en die beide tot Zuid-Afrika en Lesotho beperkt zijn. Moleculair staat de groep geïsoleerd, zonder nauwe verwanten binnen de zangvogels; de dichtstbijzijnde bekende verwanten leven in Azië en op Madagaskar. Het zijn forse, lijsterachtige vogels met lange, krachtige poten, een stevige zwarte snavel en een lange, getrapte staart die bij het lopen omhoog wordt gehouden. Het mannetje heeft een zwarte kop met een brede witte baardstreep en witte wenkbrauwstreep, een leigrijze rug en een roestrode tot oranje onderzijde; het vrouwtje is doffer, met grijs op de kop en een bleker, meer okerkleurig onderlichaam. Ze bewegen zich springend en rennend over rotsblokken en steenpuin, met horten en stoten en de staart geschokt; de vlucht is kort en zwak en wordt vermeden, en bij verstoring verdwijnen ze tussen de stenen. Ze leven in territoriale groepjes waarin jongen van eerdere legsels als helpers aan het voeren bijdragen, en bouwen een grote, open kom van grashalmen op de grond, verscholen onder een overhangend rotsblok of in een pol restio of vezelgras. Het leefgebied is scherp begrensd: de ene soort in de bergfynbos met rotspuin van het zuidwestelijke Kaapse bergland, de andere in het alpiene graslandhooggebergte van de Drakensbergen en Lesotho, doorgaans boven tweeduizend meter. Het geluid is een dunne, hoge, ver dragende fluittoon die over de helling weerkaatst en de vogel eerder verraadt dan het zicht.
Inheemse soorten 2 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.




