Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Futenkoeten
Futenkoeten | Heliornithidae
Finfoots | Avesoles
Een kleine familie van drie soorten, elk in een ander werelddeel: de Afrikaanse futenkoet (Podica), de Aziatische maskerfutenkoet en de Zuid-Amerikaanse zonnefuut. Futenkoeten lijken op een kruising van fuut en aalscholver. Ze hebben een langgerekt lichaam, een lange, dunne hals en een puntige, rechte snavel. Toch horen ze bij de kraanvogelachtigen, en genetisch onderzoek wijst op een nauwe verwantschap met de dwergrallen (Sarothruridae). De tenen dragen brede lobben in plaats van zwemvliezen. Bij de Afrikaanse soort zijn ze, net als de poten, felrood tot oranje. Met die poten zwemmen ze krachtig en klimmen ze behendig over takken en wortels boven het water. Het zijn uiterst schuwe vogels van rustige, beschaduwde rivieren en beken met overhangende oevervegetatie. Ze zwemmen laag in het water, met knikkende kop, dicht langs de oever. Bij onraad duiken ze weg onder de begroeiing of vluchten ze klapwiekend en rennend over het water. Ze eten waterinsecten, krabben, slakken, kikkers en kleine vis, die ze van het wateroppervlak, van takken of op de oever pakken. Over het broeden is weinig bekend. De Afrikaanse futenkoet bouwt een nest van takjes en riet op een tak of op aangespoeld hout boven het water en legt meestal twee eieren. Bij de zonnefuut draagt het mannetje de jongen in huidplooien onder de vleugels mee.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.


