Alle soorten › Zangvogels › Suikervogels

Suikervogels | Promeropidae

Sugarbirds | Pájaros azucareros

Twee soorten in één geslacht vormen deze familie, die daarmee wereldwijd tot zuidelijk Afrika beperkt blijft. Het zijn grote, slanke zangvogels met een lange, sterk gebogen snavel en een smalle, sterk getrapte staart die bij het mannetje het lichaam ver overtreft en in de vlucht achter de vogel aan golft; het verenkleed is dof bruin gestreept, met een gele onderstaartdekveren en bij de ene soort een roestbruine borstband. De tong is aan de punt gerafeld tot een borstel en over een deel van haar lengte tot een goot opgerold, waarmee nectar uit diepe bloemen wordt gehaald; het dieet wordt aangevuld met de insecten en spinnen die in diezelfde bloemhoofden zitten. De binding aan de fynbos en aan Protea is nauw: de vogels foerageren, zingen en broeden in bloeiende protea's, dragen daarbij stuifmeel op kop en keel van bloemhoofd naar bloemhoofd, en leggen hun eieren in de zuidelijke winter, wanneer die struiken in bloei staan. De ene soort houdt de kustnabije fynbos van het zuidwesten aan, de andere de protea- en ericavelden van de hogere oostelijke berghellingen. Het nest is een open kom van fijne twijgjes en varenpluis, diep in een struik verborgen; de zang is een raspende, krakende reeks, voorgedragen vanaf een bloemhoofd en onderbroken door klappende vleugelslagen en het opzwiepen van de staart.

Inheemse soorten 2 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Promerops 2 soorten