Alle soorten › Roofvogels
Roofvogels | Accipitriformes
Birds of prey | Rapaces diurnas
Overdag jagende roofvogels met een sterk gehaakte snavel waarvan de basis in een wasachtige huid ligt, de was, waarin de neusgaten uitmonden. De prooi wordt met de voet gegrepen en met de scherpe, gebogen klauwen gedood; de snavel komt er pas daarna aan te pas, om het vlees uit elkaar te trekken. De ogen zijn groot en uitzonderlijk scherp, bij de meeste soorten is het vrouwtje duidelijk groter dan het mannetje, en onverteerbare resten als haar en botsplinters worden als braakbal weer uitgespuwd. In zuidelijk Afrika bestaat de orde uit drie families: de havikachtigen, met gieren, arenden, buizerds, kiekendieven en sperwers, de visarend, en de secretarisvogel, die als enige soort van zijn familie taxonomisch geheel geïsoleerd staat en met zijn lange loopbenen en kraanvogelachtige silhouet buiten het gangbare roofvogelbeeld valt. Valken en uilen leven op eenzelfde manier, maar staan in deze indeling in andere ordes.
Families in deze orde
- Secretarisvogels | Sagittariidae1 soortEen enkele soort, die als enige levende vertegenwoordiger van deze familie geen naaste verwanten heeft en binnen de roofvogelorde geheel geïsoleerd staat. Snavel, was en grote ogen zijn die van een roofvogel, maar de rest van de bouw is dat niet: de vogel staat op kale, met grote schubben gepantserde loopbenen tot ruim een meter hoogte, en de tenen zijn kort en stomp met korte, weinig gekromde nagels — een voet om mee te slaan, niet om mee te grijpen. Het voedsel wordt lopend gezocht, in dagmarsen van tientallen kilometers door grasland en open savanne, waarbij sprinkhanen, hagedissen, knaagdieren en slangen worden opgejaagd en met een zeer snelle, krachtige trap tegen de grond worden gedood; kleine prooien gaan in hun geheel naar binnen. De kop draagt een naakt oranjerood masker en een kuif van lange, zwartgepunte nekveren die bij opwinding wordt opgezet. De vleugels zijn lang en breed met zwarte slagpennen en de twee middelste staartpennen steken ver buiten de rest uit; ondanks de loopbenen wordt er goed en veel gezweefd. Het nest is een breed takkenplatform boven op een platgekroonde doornboom, dat jaren achtereen wordt gebruikt.
- Havikachtigen | Accipitridae54 soortenAlle leden delen dezelfde uitrusting: een haaksnavel zonder de tand die valken in de snijrand hebben, een krachtige voet met vier tenen en scherpe klauwen om prooi of aas vast te houden, en brede vleugels met gespreide handpenpunten waarmee ze op thermiek hoogte winnen, met de staart als roer. Ze bouwen een nest van takken of nemen dat van een ander over en leggen kleine legsels van één tot enkele eieren, die vooral door het vrouwtje worden bebroed terwijl het mannetje het voedsel aanvoert. De eieren komen na elkaar uit, zodat de jongen in grootte verschillen; ze worden met afgescheurde stukjes gevoerd en vliegen pas na weken uit. Daarna dragen ze nog één of meer jaren een eigen jeugdkleed, wat het op naam brengen binnen deze familie lastiger maakt dan in de meeste andere groepen.
- Visarenden | Pandionidae1 soortEén soort, verspreid over vrijwel de hele wereld en volledig op vis ingericht. De buitenste teen kan naar achteren worden gedraaid, zodat de prooi tussen twee tenen voor en twee achter geklemd zit, en de onderkant van de tenen is bezet met stekelige schubjes die het glibberige lichaam tegenhouden; de klauwen zijn even lang en sterk gekromd, de neusgaten sluiten en het dichte, vettige verenkleed laat water afglijden. De vleugels zijn lang en in de pols geknikt, wat bidden mogelijk maakt: de vogel laat zich met de poten vooruit in het water vallen, werkt zich er weer uit en draagt de vis met de kop naar voren in de lengterichting van het lichaam weg. Het nest is een grote takkenhoop bovenop een boom, mast of rots, die elk jaar wordt aangevuld.