Alle soorten › Scharrelaarachtigen
Scharrelaarachtigen | Coraciiformes
Kingfishers, bee-eaters and rollers | Coraciiformes
Kleurrijke vogels met een grote kop, korte poten en een naar verhouding zware, rechte snavel; veel van het kleurenspel berust niet op pigment maar op de bouw van de veer, zodat het met de lichtval verandert. De poot is syndactyl: de derde en de vierde teen zijn over een deel van hun lengte vergroeid, waardoor de voet vooral een klem is om mee te zitten en nauwelijks bruikbaar om mee te lopen. Ze jagen vanaf een vaste uitkijkpost — wachten, uitvallen, terugkeren — en slaan de prooi tegen de zitplaats dood voor ze hem doorslikken. Allemaal broeden ze in het donker, in een zelfgegraven gang in een steilwand of termietenheuvel of in een holte, zonder nestmateriaal, op ronde en glanzend witte eieren, met jongen die naakt uit het ei komen. In zuidelijk Afrika bestaat de orde uit ijsvogels, bijeneters en scharrelaars.
Families in deze orde
- Scharrelaars | Coraciidae6 soortenGedrongen vogels met een grote kop, korte poten en een zware, rechte snavel met een licht gehaakte punt, waarmee grote insecten, schorpioenen, hagedissen en kleine gewervelden worden vastgegrepen. Het blauw en turkoois in het kleed berust grotendeels niet op pigment maar op de bouw van de veer, zodat de kleur met de lichtval verschiet en een zittende vogel dof kan lijken tot hij opvliegt en de vleugel een fel kobalt- tot azuurblauw veld toont. De twee geslachten van zuidelijk Afrika jagen op verschillende wijze: de soorten met de langere, donkere snavel jagen wachtend en zitten uren op een dode tak, een paal of een draad, om dan in een korte duik naar de grond te gaan en op dezelfde post terug te keren, waar de prooi wordt stukgeslagen; de soort met de korte, brede, gele snavel jaagt in de lucht, vooral in de schemering en boven zwermen uitvliegende termieten, in draaiende, vleermuisachtige vluchten. Aan de baltsvlucht dankt de familie haar naam: de vogel klimt en laat zich dan zijwaarts kantelend en tuimelend vallen, luid en rauw roepend. Het nest is een onbeklede holte in een oude boom of een gang in een steilwand, met twee tot vier ronde witte eieren.
- IJsvogels | Alcedinidae15 soortenCompact gebouwde vogels met een grote kop, een lange rechte dolkvormige snavel, een zeer korte staart en kleine syndactyle voeten waarop nauwelijks gelopen wordt. Ze vissen vanaf een tak boven het water of biddend vanuit stilhangende vlucht: de vogel stort zich er kopgroot in, grijpt de vis dwars, slaat hem op de zitplaats suf en slikt hem met de kop naar voren door; graten en schubben komen als braakballen terug. De vlucht is snel, laag en kaarsrecht boven het water, met snorrende vleugelslag. Het nest is een onbeklede kamer aan het eind van een gang in een steile oeverwand; de ronde witte eieren liggen op de resten van braakballen, en de jongen dragen hun groeiende veren lang in hoornachtige scheden.
- Bijeneters | Meropidae11 soortenSlanke vogels met een lange, licht gebogen spitse snavel, puntige vleugels en vaak verlengde middelste staartpennen; de vlucht wisselt snelle slagen af met lange zweefstukken. Ze vangen hun prooi uitsluitend in de lucht en zijn gespecialiseerd in bijen, wespen en andere angeldragende insecten: de vangst wordt op de tak stukgeslagen en de angel wordt er met wrijvende bewegingen uitgedrukt voor het insect wordt doorgeslikt, waarna de onverteerbare chitineresten als braakballen naar buiten komen. Het nest ligt aan het eind van een zelfgegraven gang van een tot twee meter in een steilwand of vlakke zandgrond, meestal in kolonieverband en vaak met niet-broedende helpers die de jongen mee voeren. Ook buiten de broedtijd blijven ze in groepen: ze foerageren, rusten en slapen dicht tegen elkaar aan op draden en dorre takken.