Alle soorten › Hoenderachtigen

Hoenderachtigen | Galliformes

Gamebirds | Gallináceas

Zwaar gebouwde grondvogels met een korte, gewelfde snavel, krachtige poten en stompe nagels, waarmee ze krabbend en gravend in de strooisellaag en de kale bodem hun voedsel zoeken; de nacht brengen ze meestal hoog in bomen of op rotsen door. De vleugels zijn kort en rond en de vliegspieren bleek: die leveren een explosieve start en een korte, snelle vlucht op, maar geen uithoudingsvermogen, zodat de meeste soorten hun hele leven binnen een klein gebied doorbrengen. Zaden, bollen, knollen en groen worden met opgepikte steentjes in een zware spiermaag vermalen en in twee lange blindedarmen verder afgebroken. Kop en hals dragen bij veel soorten kale huid, kammen of lellen, en de loop van het mannetje kan een of meer sporen dragen. Het legsel is groot, het nest een kuiltje op de grond onder een graspol of struik, en de donsjongen lopen meteen mee; hun slagpennen groeien zo snel dat ze binnen enkele dagen kunnen opfladderen.

Families in deze orde

  • Parelhoenders | Numididae1 soortKop en hals zijn onbevederd en blauw, wit of rood gekleurd: bij de soort van het open land bekroond door een hoornige helm en met hangende lellen, bij de bossoort door een bos zwarte, gekrulde veren en met een rood oog in blauwe huid. Het overige kleed is leigrijs tot zwart en over vrijwel het hele lichaam bezaaid met witte parelvlekken, die bij de bossoort groter en blauwig zijn; man en vrouw zijn nagenoeg gelijk getekend, wat binnen de hoenderachtigen ongebruikelijk is. Ze trekken in gesloten troepen door savanne, akkerland en bosrand, krabben de strooisellaag open en graven met snavel en poten bollen, knollen en insecten uit; bij verstoring rent de troep uiteen en vliegt pas op als de afstand klein wordt. Tegen de avond klimmen ze klapwiekend naar vaste slaapbomen en heffen daarbij een luid, raspend koor aan dat ver draagt; hetzelfde geluid dient als alarm en verraadt vaak een roofdier voordat het zichtbaar is. Het legsel ligt in een ondiepe kuil onder een graspol, de eierschaal is dik en hard, en de kuikens lopen binnen een dag mee maar zijn zeer gevoelig voor koude regen.
  • Fazantachtigen | Phasianidae23 soortenDe grootste en meest verscheiden familie van de orde: bij veel soorten draagt het mannetje een of meer scherpe sporen aan de loop en is hij duidelijk groter en kleuriger dan het gedekt getekende vrouwtje, met verlengde staart- of nekveren en kale, gekleurde huid op de kop. Waar man en vrouw wel op elkaar lijken — bij de kleinere patrijzen en kwartels — ontbreken die sporen meestal en blijven de partners bij elkaar; waar ze sterk verschillen, broedt het vrouwtje alleen. Het nest is niet meer dan een uitgeschraapt kuiltje, gedekt door de tekening van de broedende vogel zelf, met een legsel dat tot ver in de tien kan lopen. De handpennen worden van binnen naar buiten geruid, zodat de vogel zijn toch al beperkte vliegvermogen nooit helemaal kwijtraakt.