Alle soorten › Hoenderachtigen › Parelhoenders

Parelhoenders | Numididae

Guineafowl | Pintadas

Kop en hals zijn onbevederd en blauw, wit of rood gekleurd: bij de soort van het open land bekroond door een hoornige helm en met hangende lellen, bij de bossoort door een bos zwarte, gekrulde veren en met een rood oog in blauwe huid. Het overige kleed is leigrijs tot zwart en over vrijwel het hele lichaam bezaaid met witte parelvlekken, die bij de bossoort groter en blauwig zijn; man en vrouw zijn nagenoeg gelijk getekend, wat binnen de hoenderachtigen ongebruikelijk is. Ze trekken in gesloten troepen door savanne, akkerland en bosrand, krabben de strooisellaag open en graven met snavel en poten bollen, knollen en insecten uit; bij verstoring rent de troep uiteen en vliegt pas op als de afstand klein wordt. Tegen de avond klimmen ze klapwiekend naar vaste slaapbomen en heffen daarbij een luid, raspend koor aan dat ver draagt; hetzelfde geluid dient als alarm en verraadt vaak een roofdier voordat het zichtbaar is. Het legsel ligt in een ondiepe kuil onder een graspol, de eierschaal is dik en hard, en de kuikens lopen binnen een dag mee maar zijn zeer gevoelig voor koude regen.

Inheemse soorten 1 soort

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Numida 1 soort