Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Acacialijster

Acacialijster | Turdus litsitsirupa

Groundscraper Thrush | Zorzal Litsitsirupa

De acacialijster is een forse, rechtop staande lijster van open savanne en bosveld, met een wit gezicht met zwarte strepen en een zwaar gevlekte borst. Hij loopt met korte sprintjes over kale grond en heft daarbij regelmatig één vleugel, een gebaar dat hem van ver verraadt.

Acacialijster (Turdus litsitsirupa)
Foto: Yathin S Krishnappa — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het gezang is een luide, snelle en heldere reeks gevarieerde fluitfrases, vaak vanaf een hoge tak, vooral in het begin van het broedseizoen (augustus–november). De roep is een droog tsjuk-tsjuk; de naam litsitsirupa is een klanknabootsing in het Setswana. De alarmroep is een schril, snel geratel.

Luister: ZangXC1105465

Opname: Marna Buys — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21–23 cm. Bovendelen effen grijsbruin, de onderzijde wit tot bleekcrème met grote, ronde zwarte vlekken op borst, flanken en buik. Het witte gezicht heeft een zwarte verticale streep door het oog, een zwarte streep achter de oorstreek en een zwarte baardstreep. De snavel is donker met een gele basis van de ondersnavel. In vlucht vallen de roestbruine binnenvanen van de slagpennen op als een warm vleugelvlak. De seksen zijn gelijk. Staat opvallend rechtop, rent een stukje, stopt, en tilt dan vaak kort één vleugel op.

Verwarrings­soorten

De lijsterleeuwerik (Pinarocorys nigricans), een trekvogel uit het noorden die in de zomer in hetzelfde bosveld verschijnt, heeft een vergelijkbaar gevlekte borst en gezichtstekening en de gewoonte om met de vleugels te flitsen, maar heeft een lichte snavel en poten, een donkerder rug met lichte randen en geen roestbruin in de vleugel; hij loopt in een typisch leeuwerikachtig, horizontaal gangetje. De Natallijster (Geokichla guttata) is kleiner, heeft witte vleugelstrepen en leeft verscholen op de bosbodem. De Kurrichanelijster (Turdus libonyana) heeft een oranje snavel, oranje flanken en een ongevlekte borst.

Leefgebied

Open miombo, mopaneveld, acaciasavanne en gemengd bosveld met kale of kortbegraasde grond, ook in parken, kampen, golfbanen en rond boerderijen. Foerageert op de grond op termieten, mieren, kevers en andere insecten, vaak op afgebrande of pas begraasde plekken. Het nest is een komvormig bouwsel in een boomvork, vaak versierd met spinrag en korstmossen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Wijdverspreid in het noordelijke deel van het gebied: het grootste deel van Angola, Zambia, Malawi (vooral midden en zuiden), Zimbabwe, het noorden en oosten van Botswana, het noorden en midden van Namibië, het westen en midden van Mozambique, en in Zuid-Afrika in Limpopo, Mpumalanga, Gauteng, Noordwest en het noorden van KwaZulu-Natal, verder Eswatini. Ontbreekt in de Kaapprovincies, Lesotho en het droge zuidwesten. Daarbuiten tot Tanzania; een aparte ondersoort in de hooglanden van Ethiopië en Eritrea.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de droge tijd, als het gras kort en verbrand is, is hij in het Kruger Park, Hwange of South Luangwa vaak langs de weg te zien. Let op een rechtop staande vogel die telkens één vleugel optilt. In de zomer loont het om bij elke ‘gevlekte lijster’ even naar snavel en vleugel te kijken, omdat de lijsterleeuwerik dan in hetzelfde veld zit.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen en wijdverspreid met een stabiele populatie. Profiteert lokaal van begrazing en open terrein rond nederzettingen, maar verdwijnt waar bosveld volledig wordt ontgonnen.

Wetenschappelijke naam

Turdus litsitsirupa | (Smith, 1836)

Smith beschreef de soort in 1836 als Merula litsitsirupa; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. litsitsirupa is een Tswana-naam voor deze vogel, een klanknabootsing van de roep. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit tussen de Oranjerivier en de Steenbokskeerkring, Zuid-Afrika.