Alle soorten › Zangvogels › Lijsters › Afrikaanse berglijster

Afrikaanse berglijster | Turdus abyssinicus

Abyssinian Thrush | Zorzal Abisinio

De Afrikaanse berglijster is de donkere, oranjesnavelige Turdus-lijster van de Oost-Afrikaanse bergbossen. In het gebied bereikt hij zijn zuidgrens op de hoogvlakten van Noord-Malawi en Noordoost-Zambia, waar hij de enige grote lijster van het montane bos is.

Afrikaanse berglijster (Turdus abyssinicus)
Foto: Lip Kee from Singapore, Republic of Singapore — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het gezang is een rustige, gevarieerde reeks heldere fluitfrases en kwetterende noten, vaak vanaf een hoge tak aan de bosrand in de schemering. De roep is een dun, hoog tsiep en een harder tsjuk; alarm een ratelend tsjak-tsjak.

Luister: VluchtroepXC467554

Opname: Simon Gillings — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

21–23 cm. Bovendelen donker olijfbruin tot leibruin, de kop vaak iets grijzer. De keel is lichtgrijs met dichte, donkere lengtestreepjes; de borst grijsbruin, de flanken en het midden van de buik warm roestoranje, de onderstaartdekveren wit met donkere vlekjes. De snavel en de smalle oogring zijn helder oranje, de poten oranjebruin. De seksen zijn gelijk. Jonge vogels zijn bruiner met lichte vlekjes op de rug en donkere vlekken op borst en flanken. Hoe hoger in de bergen, hoe donkerder de vogels.

Verwarrings­soorten

De Kaapse lijster (Turdus olivaceus) lijkt er sterk op en werd er vroeger mee samengevoegd; in het gebied is het verschil vooral geografisch: de Kaapse lijster leeft in Zuid-Afrika en, afhankelijk van de indeling, op Mulanje en in de oostelijke hooglanden van Zimbabwe en Mozambique, niet op Nyika. De Afrikaanse lijster (Turdus pelios) is bleker grijsbruin met een gele snavel en nauwelijks oranje op de flanken; hij leeft in laaglandbos. De Kurrichanelijster (Turdus libonyana) heeft zwarte baardstrepen en een witte buik. Gurneys lijster (Geokichla gurneyi) heeft een oranje keel en borst en witte vleugelstrepen.

Leefgebied

Montaan groenblijvend bos, bosranden, bosjes in ravijnen en montaan grasland met struwelen, tot boven 2000 m; ook rond kampen en in tuinen op de hoogvlakten. Foerageert op de grond op open plekken en gazons naar wormen en insecten, en eet vruchten. Nestelt in een boomvork of op een tak dicht bij de stam.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied alleen op de hoogvlakten van het noorden van Malawi (Nyika, Viphya, Misuku) en het aangrenzende noordoosten van Zambia (Zambiaanse kant van Nyika, Mafingaheuvels). In sommige indelingen worden ook de lijsters van Mulanje en de oostelijke hooglanden van Zimbabwe en Mozambique tot deze soort gerekend. Daarbuiten van Tanzania en Kenia via Oeganda en het oosten van Congo-Kinshasa tot Ethiopië en Zuid-Soedan.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op het Nyikaplateau is hij rond Chelinda en in de bosjes van Zovochipolo gemakkelijk te zien, vaak foeragerend op open plekken bij de lodges in de vroege ochtend. Luister naar de rustige fluitzang aan de bosrand bij zonsondergang.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In zijn montane leefgebied algemeen. In het gebied is de populatie klein en gebonden aan bosresten op de hoogvlakten; bosbranden en kap vormen de belangrijkste bedreiging.

Wetenschappelijke naam

Turdus abyssinicus | Gmelin, 1789

Gmelin beschreef de soort in 1789 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Turdus werd in 1758 ingevoerd door Linnaeus. Turdus is het gewone Latijnse woord voor 'lijster'. abyssinicus betekent 'uit Abessinië', de oude naam van Ethiopië, waar het eerste exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ethiopië (niet nader bepaald).