Alle soorten › Struisvogelachtigen › Struisvogels › Afrikaanse struisvogel
Afrikaanse struisvogel | Struthio camelus
Common Ostrich | Avestruz Común
De Afrikaanse struisvogel is de grootste en zwaarste levende vogel. Hij kan niet vliegen maar rent sneller dan enig ander tweebenig dier, tot ongeveer 70 km/u, en is de enige vogel ter wereld met twee tenen aan elke voet.
Geluid
Het mannetje laat vooral 's nachts en in de vroege ochtend een diep, driedelig boemend boe-boe-booeh horen dat kilometers ver draagt en op afstand op het brullen van een leeuw lijkt. Bij dreiging sissen en grommen beide geslachten met opengesperde snavel; kuikens roepen schril en fluitend.
Opname: Michael Chiappone — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Een loopvogel van 175 tot 275 cm hoog, met een lange kale nek, een kleine platte kop en zeer grote ogen. Het mannetje is zwart met witte slagpennen en witte staartveren; nek en poten zijn grijsblauw en kleuren in de broedtijd roze tot rood. Vrouwtjes en jonge vogels zijn egaal grijsbruin met vuilwitte vleugelranden. De brede vleugels dienen voor balts, voor het sturen tijdens het rennen en als schaduw boven de kuikens. Elke voet draagt twee tenen, waarvan de binnenste een zware nagel heeft.
Verwarringssoorten
Binnen het verspreidingsgebied geen verwarring mogelijk: geen andere vogel in zuidelijk Afrika bereikt deze afmetingen of loopt op twee tenen. De somalistruisvogel (Struthio molybdophanes), met blauwgrijze nek en poten, komt alleen in de Hoorn van Afrika voor.
Leefgebied
Open, kortbegroeid land: halfwoestijn, droge savanne, grasvlakten, Karoo, het Kalahari-zandveld, de randen van de Namib en kustvlakten. Dicht bos en hoge struwelen worden gemeden; de soort heeft overzicht over grote afstand nodig.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Vooral in het droge westen en noorden van het gebied: Namibië, Botswana, zuidelijk Angola, Zimbabwe en het noorden en westen van Zuid-Afrika, met de grootste aantallen in de Kalahari, de Karoo, Etosha en het Krugerpark. In het zuiden van Zuid-Afrika stammen veel vogels af van de veerfokkerij rond Oudtshoorn. Verder over de savannes en steppen van Afrika ten zuiden van de Sahara, tot in de Sahel.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. okt–mrt)
- Wintergast (ca. apr–sep)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vroege ochtend en late middag op open vlakten; het zwart-witte mannetje is met de verrekijker kilometers ver te zien. Luister 's nachts naar het boemen, dat van augustus tot januari op zijn hoogtepunt is. Let op groepen kuikens achter één paar: die bestaan vaak uit jongen van meerdere vrouwtjes, want verschillende hennen leggen in hetzelfde kuilnest en het mannetje broedt 's nachts, het vrouwtje overdag.
Staat van instandhouding
Wereldwijd beoordeeld als niet bedreigd. Het areaal is groot, maar de werkelijk wilde populatie is versnipperd door veerasters, jacht en omzetting van vlakten in akkerland. Op veel plaatsen mengen ontsnapte of uitgezette fokvogels zich met wilde vogels, wat de genetische samenstelling van lokale populaties verandert.
Wetenschappelijke naam
Struthio camelus | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Struthio voerde hij in datzelfde werk in. Struthio is het Latijn voor 'struisvogel', van het Griekse strouthion, dat teruggaat op strouthokamelos, letterlijk 'kameelmus' — een oude naam voor de struisvogel bij de Grieken. camelus is Latijn voor 'kameel'; de Grieken noemden de struisvogel strouthokamelos, 'kameelmus', naar de lange nek, de tweetenige poten en het leven in de woestijn — kenmerken die aan een kameel doen denken. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Sennar, Soedan.


