Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Alkstormvogeltje

Alkstormvogeltje | Pelecanoides urinatrix

Common Diving Petrel | Potoyunco Común

Het alkstormvogeltje is een piepklein, gedrongen zeevogeltje dat met snorrende vleugels laag over de golven vliegt en er dwars doorheen duikt. In het gebied broedt het in grote aantallen op de Prins Edwardeilanden; het vasteland bereikt het hoogst zelden.

Alkstormvogeltje (Pelecanoides urinatrix)
Foto: Mark Anderson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgzaam. Op de kolonies 's nachts een klaaglijk, miauwend koo-wah-ah, vanuit de holen en bij het aanvliegen.

Luister: ZangXC295663

Opname: Johannes Fischer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

Ongeveer 22 cm, een kleine, kogelronde vogel met een korte nek, korte smalle vleugels en een zeer korte staart, meer een kleine alk dan een stormvogel. De bovendelen zijn glanzend zwart, de onderdelen wit met een grijzige waas op de zijkant van hals en borst. De onderzijde van de vleugel is grijs. De korte, brede snavel is zwart, de poten helder blauw. De seksen zijn gelijk. Vliegt in een rechte lijn laag over het water met een zoemende, alkachtige vleugelslag, verdwijnt plots in een golf en komt elders weer vliegend tevoorschijn.

Verwarrings­soorten

Het zeer gelijkende Zuid-Georgisch alkstormvogeltje (Pelecanoides georgicus) broedt eveneens op de Prins Edwardeilanden; het is witter aan de onderzijde van de vleugel, heeft een donkere streep op de achterzijde van de poot en een andere vorm van de snavelplaten, en is in het veld vrijwel niet te onderscheiden. Stormvogeltjes als het Wilsons stormvogeltje (Oceanites oceanicus) fladderen boven het water in plaats van erin te duiken, en hebben een wit stuitje. Prionen zijn blauwgrijs met een donkere M over de vleugels.

Leefgebied

Koude, subantarctische zee, vooral dicht bij de broedeilanden en boven het continentale plat. Duikt met gebruik van de vleugels tot tientallen meters diep achter krill, roeipootkreeftjes en kleine visjes. Broedt in zelfgegraven holen in venige, begroeide hellingen en tussen stenen, vaak bij de kust.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

In het gebied een talrijke broedvogel op Marion en Prince Edward, waar het jaarrond aanwezig is. Voor het vasteland van Zuid-Afrika zijn slechts enkele meldingen van aangespoelde of verzwakte vogels bekend. Daarbuiten broedt de soort op vrijwel alle subantarctische eilanden rond de zuidelijke oceanen, van de Falklandeilanden en Zuid-Georgia tot de Crozet- en Kerguelen-eilanden, en langs de kusten van Zuid-Australië en Nieuw-Zeeland.

Hoe en wanneer kijken

Een waarneming is in de praktijk voorbehouden aan bezoekers van de Prins Edwardeilanden of aan de bemanning van bevoorradingsschepen. Let op kleine zwart-witte vogeltjes die voor de boeg van het schip wegvliegen en midden in de vlucht in een golf verdwijnen. Een vogel voor de Kaap moet met foto's en bij voorkeur een dode vogel worden gedocumenteerd.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. De wereldpopulatie telt miljoenen paren. Ingevoerde katten en muizen hebben kolonies op sommige eilanden sterk aangetast; op Marion is de uitroeiing van katten gunstig geweest, maar de huismuis vormt er nog een bedreiging voor jongen in het hol.

Wetenschappelijke naam

Pelecanoides urinatrix | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Procellaria urinatrix; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pelecanoides werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Pelecanoides betekent 'pelikaanachtig', van het Griekse pelekan, 'pelikaan', en -oidēs, 'gelijkend op' — naar de rekbare keelzak waarin deze vogels voedsel voor hun jongen meebrengen. urinatrix is Latijn voor 'duikster', van urinari, 'duiken' — naar de manier waarop deze vogel onder water jaagt en zelfs door golven heen vliegt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Queen Charlotte Sound, Nieuw-Zeeland.