Alle soorten › Kraanvogelachtigen › Rallen › Amerikaans purperhoen
Amerikaans purperhoen | Porphyrio martinica
Purple Gallinule | Gallineta Morada
Het Amerikaans purperhoen broedt in de moerassen van het zuidoosten van de Verenigde Staten tot Argentinië en is een van de meest verrassende dwaalgasten van zuidelijk Afrika. Vrijwel alle vondsten betreffen uitgeputte jonge vogels die na de oversteek van de Zuid-Atlantische Oceaan aan de kust van de Kaap opduiken.
Geluid
In het broedgebied een reeks kakelende, kippachtige tonen, kek-kek-kek, en een hoog, nasaal gepiep. Dwaalgasten in zuidelijk Afrika zijn doorgaans zwijgend.
Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
Ongeveer 33 cm, met lange gele poten en zeer lange tenen. Volwassen vogels hebben een paarsblauwe kop, hals en onderdelen, een groen tot bronsgroene rug en vleugels, een geheel witte onderstaart, een rode snavel met gele punt en een lichtblauw voorhoofdsschild. Jonge vogels, zoals die hier worden gevonden, zijn warmbruin tot okerbruin met een lichte keel en buik, olijfgroene tot blauwig getinte vleugels, een doffe gelige tot bruine snavel en al gele poten.
Verwarringssoorten
Het Afrikaans purperhoen (Porphyrio alleni) is kleiner, met een geheel rode snavel, een blauw of groen schild en rode poten; jonge vogels zijn kleiner en kleiner gesnaveld en hebben roze- tot roodbruine, nooit felgele poten. Het Afrikaans waterhoen (Paragallinula angulata) heeft een witte flankstreep. De purperkoet (Porphyrio porphyrio) is veel groter met een zware rode snavel en rode poten.
Leefgebied
In het broedgebied moerassen met drijvende vegetatie, zoals waterlelies en waterhyacint. Dwaalgasten worden vaak op ongewone plaatsen gevonden: in tuinen, op stranden, langs wegen en in stedelijke vijvers, soms verzwakt. Eet zaden, vruchten, scheuten, insecten en kleine dieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.
Verspreiding en trek
Enkele tientallen gevallen in Zuid-Afrika, vooral langs de kusten van de West- en Oost-Kaap en in KwaZoeloe-Natal, met enkele vondsten landinwaarts; ook op Tristan da Cunha en andere Zuid-Atlantische eilanden. Broedt van het zuidoosten van de Verenigde Staten via Midden-Amerika en het Caribisch gebied tot het noorden van Argentinië.
Hoe en wanneer kijken
Een kans die zich niet laat plannen: let in de Kaapse winter op meldingen van vreemde bruine hoenders in tuinen en langs de kust. Vondsten worden vaak naar een vogelopvang gebracht; meld elke waarneming met foto's aan het Zuid-Afrikaanse rariteitencomité.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd op wereldschaal en in grote delen van Amerika algemeen. In zuidelijk Afrika een dwaalgast zonder vestiging; de meeste vogels overleven de oversteek of de periode daarna niet lang.
Wetenschappelijke naam
Porphyrio martinica | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Fulica martinica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Porphyrio werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Porphyrio is Latijn, van het Griekse porphuriōn, bij de klassieke schrijvers de naam van het purperhoen, afgeleid van porphura 'purper'. martinica verwijst naar Martinique in West-Indië, waar het eerste exemplaar vandaan kwam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Martinique.
